is toegevoegd aan uw favorieten.

De landelijke arme blanken in het Zuiden der Vereenigde Staten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan zou hu' niet naast de waarheid geweest zijn. In zijn eenzijdige overdrijving stak de fout.

Verweg den meesten invloed op de vorming van de populaire, half-wetenschappeljjke en ten tijde ook de wetenschappelijke voorstelling der in de Zuidelijke Vereenigde Staten heerschende toestanden, heeft het boek van J. E. Cairness: The SUwe Power, its Character, Career and Probable Designs, lst ed„ 1862, 2nd ed., 1863, uitgeoefend. De schrijver was professor m de staathuishoudkunde in de Universiteit van Dublin en Queen's College, Galway, en was nooit in het land waarover hjj schreef geweest — wat op zichzelf overigens nog zoo'n bezwaar niet behoefde geweest te zijn, maar den eisch van omzichtigheid en kritischen zin nog dringender maakte. Juist daarin schoot hu' tekort. Zjjn belangwekkend boek~Ts een betoog, uitgaande van algemeene, ten tijde door ieder toegegeven premissen, nu eens op feiten teruggrijpend, dan weer deduceerehd tot nieuwe conclusies die door uitspraken van ooggetuigen gesteund werden en als uitgangspunt voor verdere sluitredenen dienst deden, tot een goed kloppend, logisch en volkomen acceptabel tableau van oorsprong, wezen en werken der Amerikaansche slavernij geconstrueerd was. Hij grondde zich, als hij „feiten" gebruikte, naast de censusgegevens op enkele reizigers, gaf daarbij echter de voorkeur aan hun opvattingen, veralgemeeneringen en interpretaties, gebruikte eigenlijke waarnemingen slechts als die in in het betoog pasten, wat veelal het geval was, en veronachtzaamde wat strijdig kon zijn met den gedachtenloop. De redeneeringen zjjn op zichzelf meest korrekt, de uitkomsten zjjn soms juist, soms er volslagen naast; het geheele boek, goed geschreven en steeds belangwekkend, biedt eigenlijk niet Veel, is geen bijdrage van blijvende beteekenis.

Voor ons onderwerp is belangrijk wat hjj dacht over de nietslavenhouders. Zjjn beeld daarvan, berustend op mededeelingen van Olmsted, Sterling en Gilmore over „poor whites", overtreft in radikaliteit en beslistheid al wat tot dien op dat gebied gepresteerd was. Hij beredeneerde de noodzakelijke splitsing der Zuidelijke blanken in hoog en laag, hooghartige planters en „an idle lawless rabble who live dispersed over fast plains in a condition little removed from absolute barbarism"23). Dit onverbeterlijke gepeupel24), de „mean whites" leefden „a life alternating between listless vagrancy and the excitement of marauding expeditions "25). In de eerste uitgave van het

boek werd het aantal van dit Zuidehjk grauw op vijf millioen

aangegeven 2«), in de tweede was het tot vier milhoen terug-