is toegevoegd aan uw favorieten.

De landelijke arme blanken in het Zuiden der Vereenigde Staten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er aan toe, ook dit verloren hebben, als de Noordelijke ruggen slechts sterk genoeg geweest waren om het weg te sleepen2).

Maar veel van wat het land zijn waarde gaf was vernietigd of onbruikbaar. Uit het leger terugkeerend, vonden de planters hun woonhuizen en bedrijfsgebouwen in verval of verbrand, de schuttingen moesten opnieuw opgericht worden, de voorraden waren vernietigd, gestolen of bedorven, het werkvee was door fourageerende troepen weggedreven, was omgekomen of gestolen. Wü hooren van gevallen, waarin de ploeg door mannen en vrouwen getrokken werd. Thomas Dabney, eigenaar van een der beste plantages in Mississippi, vond bü zün terugkomst slechts een paar muildieren en één koe 3). Op de akkers was het onkruid opgeschoten, groote stukken land waren met struiken bedekt, erosiegeulen hadden zich ingevreten, de dijken van den Mississippi en andere rivieren waren niet onderhouden, zoodat vele landerijen onder water stonden. De sluizen en kanalen van de rifstplantages langs de kust waren niet meer te gebruiken. Er waren geen werktuigen, geen wagens, er was heel vaak geen bruikbaar zaad. Tenslotte was er geen geld, en waren krediet en goede arbeid nauwelijks te verkrijgen.

Dat in den algemeenen noodtoestand de oude aristocraten er het ergst aan toe waren, spreekt vanzelf. Zü verloren het meest omdat zü het meest te verliezen hadden — eerst later zou blijken dat zü nog meer inboetten dan zich op het oogenblik liet overzien. De belangen der Confederatie waren vóór alles de belangen der planters geweest, zü hadden alles gegeven om de zaak die zy' voorstonden te verdedigen. Zü waren de groot-ondernemers, bü hen had de regeering de legerbehoeften gekocht en die betaald in geld dat waardeloos werd. Zü waren de kapitalisten, wat de regeering aan kontanten noodig had gehad, Was door hen verschaft tegen obligaties die nu niet erkend werden. Een belangrijk deel van het plantersgeld was in de emissies der Zuidelijke Staten gestoken. Tenslotte verdween hun hoofdrijkdom, het slavenbezit, met de opheffing van „de büzondere instelling".

Of de annuleering der staatsschulden inderdaad een verlies voor het geheel was, laat zich, als al zulke maatregelen die in de kern vermogensverschuivingen veroorzaken, bediscussieeren. Maar het is duidelijk, dat de verarming der planters, en alles wat daartoe bü droeg, ook een groote schade voor het geheele Zuiden moest beteekenen, doordat de ondernemersklasse van de middelen beroofd was, die noodig waren om haar produktieve prestaties voort te zetten of met succes weer aan te vangen.