is toegevoegd aan uw favorieten.

De landelijke arme blanken in het Zuiden der Vereenigde Staten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het jaar. Tegen de gewone kwade kansen die de boer loopt, verzekert de geldschieter zich door een toeslag te heffen, maat voor de grootere en minder algemeen voorkomende gevaren ii ook hn' niet veilig. Langdurige droogte, overstrooming, buitengewoon nat weer, nieuwe schadelijke insëkten verhinderen de betaling van rekeningen. Men mag deze kooplieden niet zoo veralgemeeneren tot de Shylocks van het arme Zuiden. Hun beroep is eenvoudig een vorm van zaken doen die aangepast is , aan de bijzondere omstandigheden.

Dit beroep heeft hen in het algemeen niet rijk gemaakt. Zij/ die werkelijk slagen zu'n uitzonderlijk sluw of gelukkig. In het algemeen is er voor den eerlijken koopman zooveel voordeel niet in, wel heel veel werk en last. Vooral de boekhouding is ingewikkeld en tü'droovend. Wn' hebben vele kooplieden gesproken die graag uitsluitend tegen kontant zouden willen verkoopen. Al droegen tot dien wensch de slechte katoenprijzen in den herfst van 1930 en 1931 wel het hunne bn', men kan toch zeggen dat, stellig sinds de debacle die 1920 bracht, de tegenwoordige dorpswinkeliers veel liever tegen „cash" dan „on time" zaken willen doen. Maar toch is er veel meer mogelijkheid in de „supplybusiness" dan in het bebouwen van het land. Het laatste is al heel weinig winstgevend, het eerste levert op den duur, bij goed beleid en wat geluk, voordeel op. De gevaren zu'n groot en de verhezen zjjn talrijk, „yet, as a class they have undoubtedly profited by the system, the very nature of which is such as to give the weaknesses of human nature f uil play. Some have been intentionally dishonest but many more unintentionally so" 45). Een groot deel van het jaarlijks door het platteland voortgebrachte loopt door hun handen en een gedeelte daarvan blijft erin achter. Wn' werden er door getroffen, hoeveel welgestelde lieden in de landstadjes vroeger kredietkoopman waren, of nog op deze wijze zaken deden met het platteland.

Maar of het systeem goed rendeert of niet, in elk geval krijgt de schuldeischer macht over de debiteuren, een onevenredig groote zeggingsschap in hun aangelegenheden, want die zn'n voor een groot deel de zjjne geworden. Door te leveren wat noodig was en te koopen wat voortgebracht werd, of door althans dien verkoop te bemiddelen, begon de „time-merchant" na den oorlog snel de spil van het economisch systeem te worden in de katoen of tabak produceerende buurtschap, en ook nu nog is de winkel met „General Merchandise" als opschrift of met de aanduiding „Farmers Supplies" in elk plaatsje van de Cotton Belt te vinden. Als landbezit, levering van de levensbehoeften en