is toegevoegd aan uw favorieten.

De landelijke arme blanken in het Zuiden der Vereenigde Staten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zjjn pachters om te zien hoe het werk gaat, om hen aanwijzingen en aansporingen te geven, hun verzoeken aan te hooren, en in het Algemeen te zien hoe zjj hun plichten nakomen. Altijd trof ons de gemoedelijke, vriendelijke toon tusschen den pachter en zjjn „boss". Uit vroeger tijd werd over deze relatie geschreven: „The merchant who has a hen on his share of the erop, pays his taxes, buries his wife or child, buys him a mule if he needs one, and feeds and clothes him and his family to the extent that his improvidence and laziness are allowed credit"47). Maar de bezitters hebben een onevenredig veel grooter zeggingsschap in de plaatselijke aangelegenheden, de lokale kredietmachinerie heeft de landheeren, bankiers en kooplieden dikwjjls tot de gezaghebbers in de buurtschap gemaakt. Wy herinneren ons een geval dat een pachter, die zich in October aan een misdrijf schuldig maakte, eerst in December gearresteerd werd, omdat anders zün katoen ongeplukt was gebleven. Van een der vruchtbaarste deelen van het Zuiden werd door een ooggetuige gezegd: „the farmers don't count there. That whole section is dominated and controlled by a few supplymerchants. They practically have a f eudalism with the producers as serfs" 48). In Oklahoma is gewezen op het bestaan van „two well-defined groups of people — the banker-merchant-landlord class and the tenant-small-landowner class. The breach between

these two classes has been widening The former class has

li ved and largely made its money from the latter class" 4o).

Geen enkelen reiziger in de katoen- en tabaksstreken der Vereenigde Staten kan het groote verschil ontgaan tusschen het uiterlijk der landstadjes en dat van het omringende platteland. In de eerste wordt geld verdiend en uitgegeven. Groote woonhuizen, dure auto's, goed gekleede menschen ziet men in de „towns", maar op het omringende platteland wüst niets er op, dat de bewoners van de kale grauwe huisjes die men over de velden verspreid ziet staan, meer dan het bare levensonderhoud weten te verwerven. In een gebied als Oostelijk North Carolina, waar katoen en tabak heerschen, het pachtpercentage hoog is en toeneemt, is deze tegenstelling heel opvallend. Men kan zeggen, dat het Zuidehjk platteland er nog steeds niet in geslaagd is om de voortgebrachte waarde in eigen handen te houden. Wat in ante bellum tijden het Noorden deed, wordt nu tot op zekere hoogte door de landstadjes der Zuid Staten zelf gedaan. Voor het landsdeel als geheel een groot verschil, — voor de plattelanders zelf een verschuiving van minder groot belang. De beteekenis voor de tegenstelling tusschen stad en land in de