is toegevoegd aan uw favorieten.

De landelijke arme blanken in het Zuiden der Vereenigde Staten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meer zoo absoluut noodig, maar verdient toch ten zeerste aanbeveling. In Tennessee werd bij een veldstudie gevonden, dat „Out of 188 owners, 79 were interested in rotation, and out of 169 tenants only 21 were so interested; out of 190 owners 124 were interested in legumes, and out of 173 tenants only 15 said they were interested; out of 190 owners 82 were interested in livestock, while only 13 tenants out of 176 were so interested" 133). in North Carolina vond een soortgelijke studie: „The tenants and croppers in two of the three counties surveyed had over 99 % of all their land planted to crops which were strictly fertihty-exhausting rather than soil-improving" 134). Een pachter met verblijfszekerheid voor slechts één jaar kan er bezwaarlijk aan denken een rotatie in te voeren die zich over meerdere jaren uitstrekt. Hu' voelt er ook niets voor om een goede schuur te timmeren en de schuttingen met zorg te onderhouden, als hu' misschien reeds dezen, of anders toch den volgenden herfst vertrekt, weinig kans heeft op een vergoeding voor de aangebrachte verbeteringen en misschien daardoor een hoogere pacht zal moeten gaan betalen. Als men van de bestaande verhoudingen op de hoogte komt, hebben de slordige keten en schuttingen, de als kaartenhuizen omgewaaide en ingezakte schuren van het Zuiden weinig raadselachtigs meer.

Niet alleen werkt de voor te korten tijd gesloten pachtovereenkomst op zichzelf landbedervend, maar ook het daardoor veroorzaakte onevenwichtig bodemgebruik. Wij wijzen hier op een verschijnsel van de grootste beteekenis: het in hooge mate samengaan van pacht en monokültuur. Dit moet niet alléén, en zelfs niet zoo zeer, verklaard worden door den korten pachttermijn, maar vooral ook door de werking van het kredietsysteem en de houding van den landheer.

De pachter is de man zonder land en zonder huis. Soms heeft hu' wat werktuigen en wat werkvee, b.v. een enkel muildier, dikwijls heeft hjj ook dat niet. In de 10 Katoen Staten waren in 1930 380.911 zwarte en 339.343 blanke cröppers, deze laatste vormden bijna een vijfde van alle blanke landbouwers daar, en meer dan een derde der blanke pachters. De pachter heeft gewoonlijk niets dan den komenden oogst als onderpand aan te bieden, en dit geeft den man die hem voorschiet, zyn landheer of den koopman, véél over hem te zeggen. De van elders gekomen pachter is onbekend in de buurt, dit maakt het verkrijgen van krediet niet gemakkelijker. Wjj bespraken reeds, waarom katoen en tabak als hypotheekonderpand zoo in hooge achting staan en het verstrekte voorschot van den aanplant ervan