is toegevoegd aan uw favorieten.

De landelijke arme blanken in het Zuiden der Vereenigde Staten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden. Zoo heeft een bepaalde groep van agraar-economen ih het Zuiden, die in „tenancy" den sleutel der geheele situatie zien, dit eigenlijk als een sociaal-pathologisch verschijnsel beschouwen, het o.i. niet bn' het rechte eind. Hoezeer het pachtwezen den toestand verergert en de pacht op korten termijn in het algemeen afbreuk doet aan de landelijke welvaart, het is toch evenzeer een gevolg als een oorzaak 18°). De vergelijking met elders leert trouwens, dat pacht op zichzelf niet als een noodzakelijk verderfelijk instituut moet worden veroordeeld. Het is, zelfs in hooge mate, in andere deelen der Vereenigde Staten te vinden, en de pachttermu'nen zu'n nergens lang. Een korte pachttijd is ook niet zoo erg, als er geen andere redenen waren zou het op zichzelf de groote mobiliteit niet verklaren. Het lange pachtkontrakt komt in Engeland, met zijn stabiele pachters, ook niet zoo veel voor. Analphabetisme en algemeen lage ontwikkeling vormen een andere ongewenschtheid die zeker van beteekenis is, doch gezien de omstandigheid dat het toch meer een gevolg dan een oorzaak moet heeten, kan dit niet zooveel verklaren als sommigen meenen. Een gebrekkige schoolkennis, schoon steeds een belemmering, is voor eenvoudige landbewoners niet een even groot nadeel als voor stedelingen. De landbouw van België heeft wel veel weten te bereiken onder een hoog analphabetisme. Een dunne landbevolking is kenmerkend voor de geheele Vereenigde Staten. In vergelijking ook met het humide Oosten alleen, is het Zuidehjk platteland lang niet het schaarscht bevolkt, integendeel. Slechte landwegen zijn niet een probleem voor den Zuidelijken boer alleen. Monokuituur181) kennen tot op zekere hoogte ook andere deelen der Unie. Zij die een enkele ziekte, malaria b.v., hoofdzakelijk verantwoordelijk maken voor de lethargie der Zuidelijke landbevolking ontbreken niet 182).

Wjj willen met deze opmerkingen natuurlijk niet zeggen, dat elk dezer punten in de verklaring van het Zuidehjk plattelandsvraagstuk niet buitengewoon belangrijk is, en niet met al het het andere in hooge mate meedoet en samenhangt. Wn' zelf zün geneigd, om de natuurhjke omstandigheden van het Zuiden, de on-Amerikaansche techniek in de katoenteelt, het speculatief karakter van het gewas, het dure kleinkrediet en de mentaliteit van een groot deel der verbouwers, met de ondernüjnende ziekten als hoofdoorzaken te noemen, — steeds natuurlijk met het inzicht dat haast elk dezer oorzaken tevens gevolg is, eh zeker in haar werken door veel meer wordt bepaald, vooral ook door het verleden van de meeste arme blanke landbewoners, dat