is toegevoegd aan uw favorieten.

De landelijke arme blanken in het Zuiden der Vereenigde Staten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nam geheele andere vormen aan. De nieuwe beleggingswh'ze bleek het Zuiden in zjjn geheel meer ten goede te komen dan de vroeger gevolgde, de arbeidshuur is een groote sociale winst gebleken.

In het herstellende land moest gewerkt worden en dit is gedaan. Bewonderenswaardig is zeker wat in dit deel van Amerika gedurende de laatste halve eeuw verricht is. De wüze waarop het totaal verarmde land het beginkapitaal voor zn'n textielnijverheid bijeen geschraapt heeft, dwingt eerbied af voor zooveel vasten wil, burgerzin, vertrouwen en geloof in de toekomst. De stichting der vele katoenfabrieken had veel van een ideëele beweging, was een uiting van het streven naar vernieuwing van het land, dat zich wenschte te rehabiliteeren. De Piedmont van Danville in Zuid Virginia tot Birmingham in Alabama is één uitgestrekt nüverheidsgebied geworden, de waterkrachtsontwikkeling is er ver voortgeschreden, andere industrieën dan katoen zijn ook opgekomen, vele mjjnen zün geopend, de bosschen worden geëxploiteerd, groote steden zjjn gegroeid waar vroeger slechts onbeduidende dorpen lagen. De nieuwe geest is het Zuiden steeds verder gaan doordringen. Weinigen wenschen dit anders, al hoort men soms een eenzaam protest van verheerlijkers der oude „agrarische traditie" tegen den nieuwen loop der dingen i).

Natuurlijk konden de groote veranderingen in het economisch leven niet zonder gevolgen blijven voor de maatschappelijke verhoudingen, en even natuurlijk ging dit niet zóó snel. De idealen, de sociale toon, de levenswijze veranderden zoo spoedig niet. Maar het economisch type verschoof van het feodaalagrarische naar het moderne industrieel-commercieele. Het deel der Zuidelijke bevolking dat eigenlijk in de industrie is opgegaan, vormt nog slechts een klein percentage, buiten dé Piedmont is de nijverheid nog onbeduidend en het Zuiden moet nog bepaald als een agrarisch land gelden, —ï maar dit doet niets af aan de veel grootere veranderingen in den algemeenén geest. De afwezigheid van een eigenlijken „Erwerbsgeist" was lang een groot kontrast met het Noorden geweest. Met het dóórbreken daarvan veranderde het maatschappelijk ideaal, de normen der sociale achting zün niet meer die van vroeger. De nietsdoende heer wordt niet meer bewonderd, de capaciteiten die tot slagen in het zakenleven leiden worden hooggeschat en gemeten naar het in geld uitgedrukte succes, gelijk in de rest der Unie. Het is moeilü'k om zich een figuur voor te stellen die meer van den traditioneelen Zuidelijken „colonel" verschilt dan