is toegevoegd aan uw favorieten.

De landelijke arme blanken in het Zuiden der Vereenigde Staten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in het dageljjksche leven de millioenen arme werkers in de katoenvelden en in de monotone, patriarchaal beheerde fabrieksdorpen, zich al heel weinig „geëmancipeerd" gevoelen, mag als nuchtere werkelijkheid wellicht even aangestipt worden. Leiders zyn uit de rangen der zeer armen opgestegen, maar ging men met zorg na uit welk milieu de mannen voortgekomen zyn die in het Nieuwe Zuiden rollen van beteekenis hebben gespeeld en wat de antecedenten zyn van hen die nu nog op den voorgrond staan, dan zou men vermoedelijk vinden dat dit, naast de oude plantersklasse en voor zoover deze menschen niet uit het Noorden en Westen kwamen, de families waren van advokaten, dokters, predikanten, grootere en kleinere kooplieden, boeren die enkele slaven bezaten, kleine fabrikanten en andere leden van den vroegeren middenstand. Deze uitspraak is moeilijk te bewijzen, maar niemand die de Zuidelijke Vereenigde Staten góed kent, zal toch, dunkt ons, geneigd zyn om dit tegen te spreken.

Met den socialen voorrang der oude groot-grondbezitters in het Zuidelijk gemeenebest was het gedaan. De eigenaardige omgéving en de bezigheden die hun vroeger de voorbereiding voor het optreden in het openbare leven gaven, verdwenen. Na het verliezen of alleen het verlaten van het land verloren de dragers van den ouden geest ook den belangrijksten band met het verleden. Gingen zy naar de stad, dan waren daar weinig invloeden aan het werk om de politieke bekwaamheden te handhaven of aan te kweeken, die deze klasse vroeger getoond had. Men had trouwens genoeg te doen om zichzelf het leven mogelijk te maken.

Toch kwamen vele leden der oude geslachten opnieuw aan het bewind, toen de Zuidelijke blanken na de Reconstructie weer meester van den politieken toestand waren. Het is niet verrassend en het is niet onverstandig, dat de blanke massa de leiders van vroeger weer aanvaardde in het begin van den nieuwen tjjd. Stellig waren vele van deze mannen menschen van hoog karakter; zij kwamen uit de school van het Oude Zuiden, in hen kwamen vele der nobele eigenschappen tot uiting, die het régime dat ondergegaan was in enkele bevoorrechten ontwikkelde. Doch de lagere klassen kozen hen niet bewust daarom, het lag zoo in de natuur der dingen, dat het bestuur weer gedeeltelijk terugviel aan de „quality", welker prestige nog bestond e).

Maar het Oude Zuiden had een doodelijken stoot ontvangen.