is toegevoegd aan uw favorieten.

De landelijke arme blanken in het Zuiden der Vereenigde Staten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gehaald, is op het zwarte gevaar bhjven hameren, de rassentegenstelling blijven aanwakkeren om het voortbestaan der politieke solidariteit der blanken te verzekeren, om een tegencandidaat te overtroeven of verdacht te maken of om nog andere redenen. Veel kritiek bestaat hierop, ook in het Zuiden zelf, lang niet voor eiken Zuidelijken politicus geldt het hier gezegde, maar als algemeen verschijnsel in het politieke leven van het landsdeel moet het toch gereleveerd worden

* * *

Na zeer in het algemeen de veranderingen in de Zuidelijke samenleving aangegeven en op de veranderde plaats der lagere klassen daarin gewezen te hebben, kan men de vraag stellen: wat verstaat men in het huidige Zuiden onder „poor whites"? Een definitie lijkt gewenscht — maar is niet te geven.

Onder de ante bellum toestanden was de maatschappelijke bouw, hoewel niet zóó simpel als buitenstaanders wel meenden, heel wat eenvoudiger dan nu. Bepaalde sociale groepen konden er vrij duidelijk in onderscheiden worden zonder de feitelijkheid geweld aan te doen. Wjj legden er den nadruk op, dat verschillende groepen van de uitdrukking „poor white" een verschillend gebruik maakten. In de voorstelling van het abolitionistische Noorden en daardoor ook wel voor schrijvend en lezend Europa was het meestal elke blanke in het Zuiden buiten de geprivilegeerde slavenbezitters; voor de negerslaven was het iedere blanke die arm was en geen maatschappelijk aanzien bezat, terwnl beschaafde Zuidelijken een veel beperkter gebruik van de verachtende uitdrukking maakten, hoewel de grenzen der aldus aangeduide groep niet scherp aan te geven waren.

Voor het tegenwoordige Zuiden is ook moeilijk uit te maken wat als „poor white" moet gelden. De uitdrukking wordt er zoo Veel niet gehoord als men wel denken zou. Zooals het ook in den ouden tjjd hoofdzakelijk een Noordelijke lievelingsterm geweest schijnt te zijn, maken Noordelijke schrijvers vooral in kritische beschouwingen van het Zuiden er ook nu een veelvuldiger gebruik van dan de auteurs uit het landsdeel zelf.

Soms worden nog de bewoners der Alleghaniés, de primitieve Mountaineers, „poor whites" genoemd. Zooals in het eerste deel opgemerkt, is dit gebruik uitzondering en moet het afgekeurd worden. Dit bergvolk is een op zichzelf staande groep, door het geografisch milieu bepaald. De eigenschappen ervan zün over het geheel stellig niet die der typische „poor whites" en in het landsdeel zelf worden zü zoo niet genoemd. De armoede der