is toegevoegd aan uw favorieten.

De landelijke arme blanken in het Zuiden der Vereenigde Staten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eamomische nieuwigheden, evolutieleer, open maatschappijonderzoek, moderne wetenschap in het algemeen, en nog een en ander. Kennis van de geringe landelijke welvaart is van beteekenis voor het begrijpen van predikantenheerschappij, kleinzielige moraalcensuur, algemeene afkeer van heterogeniteit, provincialisme, Ku Klux gewelddadigheden, kennelijke geringschatting van het menschenleven, demagogie, zelfoverschatting en occasioneele tyrannie van kapitalisten. Geen dezer trekken is afwezig in overig Amerika, maar zö zü'n toch wel in het bü'zonder aan de Zuidehjke Staten eigen.

In de beoordeeling van deze laatste dient men billijk te züh. Het is, in en buiten Amerika, een goedkoope gewoonte om uit de onaangename aspekten van het Zuidehjk leven een algeheel zwart beeld samen te stellen. Er is licht en donker in het tegenwoordige Zuiden. Het eerste is in overig Amerika niet genoeg bekend, wordt althans niet voldoende erkend. Het laatste is dikwü'ls overdreven. Er is hard gewerkt en veel tot stand gebracht; genoeg om overvloedig stof te geven voor „booster" literatuur, waaraan het dan ook niet ontbreekt. Maar wat het Zuiden niet heeft bereikt, is ook de moeite van het beschouwen waard. En hieronder zou in de eerste plaats het ontbreken van een bevredigend plattelandsleven genoemd dienen te worden.

* * *

Het ware ongerechtvaardigd pessimisme om te meenen, dat de landbouw in het geheel niet heeft deelgenomen aan den grooten vooruitgang dien het Zuiden op zoo menig gebied gemaakt heeft. Vergeleken met den toestand op het einde der vorige eeuw is veel verbeterd. Maar al is op een zekere verrbetering ten plattelande te wü'zen, de stedelüke bevolking is meer gestegen in koopkracht, geestehjke ontwikkeling, algemeen ^welzün. Het blüft een feit, dat de uitgroei en verrijking van deze Staten in de laatste halve eeuw voor een overgroot deel buiten den grondslag van het volksbestaan om is gegaan. Het plattelandsprobleem is nog nijpend.

Een panacee voor deze groote kwaal is niet te geven. Vele geneesmiddelen zullen dienst moeten doen, op een onmiddellijk herstel valt niet te rekenen. Doch zelfs indien resultaten slechts langzaam en stap voor stap kunnen worden verkregen, hebben wü' hier toch zeker een doel, dat de meest krachtige en toegewü'de pogingen waard is. De algemeene indruk dien men krijgt, is, dat de toestanden aan het verbeteren z|jn, maar een snelle lontwikkeling is het niet. Op vele verbhjdende teekenen kan