is toegevoegd aan uw favorieten.

De landelijke arme blanken in het Zuiden der Vereenigde Staten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van een planter in Hancock County, Ga., die een groot stuk land in de pine barrens kocht en met kunstmest daarop succes behaalde, (p. 221). Ook iets dergelijks uit Oostelijk North Carolina: Ruffin, b), pp. 285 ff.

32) Zulk een gebied was b.v. de Yazoo-Mississippi delta, waarvan een bekend planter-sociograaf zei: „There were no Smal farms, no towns, no manufacturing enterprises, no foothold for the poor white, who is here a negligible, if not an absolntely unknown, quantity." (A. H. Stone, Studies in the American Race Problem. New York: Doubleday, Page and Co. 1908. pp. 86—87). In een soortgelijke streek reizend, langs den Mississippi, noteerde Olmstedt, c), p. 20: „No poor white people live upon the road, nor in all this1 country of rich soils are they seen, except „en voyage". In a distance of seventy-five miles I saw no houses without negro-cabins attached, and I calculated that there were fifty slaves, on an average, to every white familiy resident in the country under my view." Over het verband tusschen bodem- en klimaatsfaktoren en de verspreiding van de plantage, vgl. T. V. Emerson, „Geographical Influences in American Slavery", Bulletin of the American Geographical Society, Vol. XLIII. 1911. Nos. 1, 2, 3.

33) Een vriend van ons hoorde van zijn grootvader: „A young feller'd go to church, and see a pretty pink gal, all fine and dandy, in them days, and the fust think you know, he'd have you off in the corner wanting to know how many black stumps sets about her daddy's house" (i.e., how many slaves he owned) „and if you teil him nary a one, all the pink and fine and dandy don't count for nothing."

34) Ingraham, Vol. II, p. 91, noemde katoen voortbrengen en slaven koopen „the aim and direct tendency of all the operations of the thorough-going cottonplanter; his whole soul is wrapped up in the pursuit. It is, apparently, the principle by which he lives, moves, and has his being." Over de kleinere planters van Alabama merkte Olmsted op, naar aanleiding van hun primitieve levenswijze: „Many of those who live in this way, possess considerable numbers of slaves, and are every year buying more. Their early frontier life seems to have destroyed all capacity to enjoy many of the usual luxuries of civilized life." (Olmsted, a), p. 576). Sterling, p. 179: „What capital they save, .... they lay out in niggers. Niggers and cotton — cotton and niggers; these are the law and the prophets of the man of the South."

35) In de Vereenigde Staten namen de slaven in totaal ongeveer even snel toe als de blanken. Niet alleen in de Grens Staten, ook in het Zuidwesten overtrof na den eersten aanpassingstij d de geboorte de sterfte. De tegenstelling tusschen de „neger produceerende" en de „neger konsumeerende" gebieden, zoo vaak in de literatuur letterlijk genomen, wordt door de feiten niet gesteund. Ook in de laatste distrikten bestond een accres, maar het numeriek overheerschen van de mannen over de vrouwen moet natuurlijk hierbij in aanmerking worden genomen. Wel kostte het acclimatiseeren vele menschenlevens. Op de West Indische eilanden was steeds het régime strenger, de slavenbevolking hield er zich zelf niet op peil. Toch schijnt die ook daar niet zoozeer door overmatig verbruik der arbeiders als gevolg van overwerking, dan wel door de groote kindersterfte veroorzaakt te zijn, ojn. een gevolg van regelmatig eigenaarsabsenteïsme, en vooral doordat geen plantersvrouw op het landgoed woonde, zooals in de Unie.

36) De volgende tabel is berekend uit cijfers voorkomende in de 1860 Census of Agriculture. Dit zijn de officieele en eenig beschikbare,