is toegevoegd aan uw favorieten.

Dr. J. H. Halbertsma

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zekere communis opinio omtrent de karaktertrekken, die het Friesche ras kenmerken. *)

Volgens deze algemeene opvatting dan zijn de Friezen van oude tijden af bekend als vrijheidslievend en onafhankelijk, als fier van aard en eerzuchtig. Hun volharding, misschien een erfdeel der vaderen, gegroeid uit den voortdurenden strijd tegen zee en golven, ontaardt bij velen in stijfkoppigheid, vertoont zich bij anderen in den gunstiger vorm van standvastigheid. Hun wantrouwen en gereserveerdheid tegenover vreemden hebben hun den naam bezorgd stug en stroef te zijn. In 't algemeen zijn ze in den omgang niet beleefd en voorkomend, veeleer ietwat ruw, maar trouw en eerlijk. Ze zijn er afkeerig van aan hun gevoelens uiting te geven en toonen noch uitbundige blijdschap, noch uitbundige droefheid. Van pochen en groote woorden hebben ze een afschuw. Ofschoon gehecht aan hun geboortegrond, zijn ze toch overal verspreid, maar nergens verloochenen ze hun aard. Anderer gevoelens niet altijd ontziende, zijn ze zelf lichtgeraakt. In 't algemeen zijn ze ondernemend; hun aanleg is meer logisch dan artistiek. Friesland heeft -altijd meer wiskundigen voortgebracht dan kunstenaars.

De zucht tot vrijheid en onafhankelijkheid, die aan het Friesche ras wordt toegeschreven, gloeide ook in H a 1b e r t s m a's borst. Haar aan te kweeken voelde hij zich verplicht. „Ik ben in 't nest der vrijheid gekipt: ik moest een slecht vogel zijn, dat ik mijn eigen nest bevuilde," *)

1) Vgl. Rud. Mauw, Nordfriesische stammesart, in Die Friesen, herausg. von C. Borchling und R. Muuss. Breslau, 1931.

Dezelfde: Die Nordfriesen, in Mitteilungen d. Schiet. Ges. f. Uk de. B. XXVIII, bl. 81—110.

Dr. G. A. Wumkes: Een Friesch Réveilkarakter en zijn leuze. Doetinchem, 1917.

Dezelfde: Friezendom en Christendom. Sneek, 1916.

J. Waterink: Het Godsdienstig leven ia Frieslands Zuid-Oosthoek. Nijverdal, 1917.

*) MS. 380. Over het volkskarakter der Friezen.