is toegevoegd aan uw favorieten.

Dr. J. H. Halbertsma

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kent, heet het: „Hij was een man van een opregten en zedigen, en wat nog zeldzamer onder theologanten is, van een echt Christelijken zin."1) In den godsdienst is Halbertsma, anders zoo intolerant, de verdraagzaamheid zelve — behalve, een niet ongewone tegenstrijdigheid, tegenover de Calvinisten.

„Hij genoot," aldus Prof. W. B. J. van Eyk,a) „bij voortduring de achting en toegenegenheid van allen. Als prediker werd hij vooral in vroeger jaren met algemeenen bijval gevolgd." M.a.w. door zijn gemeente werd Halbertsma in 't laatst als prediker niet buitengewoon meer gewaardeerd. Men scheen dan ook, toen hij emeritaat aamzroeg, op zijn langer aanblijven geen prijs te stellen. Immers, op een broederlijke vergadering op Zondag 27 Jan. 1856 te Deventer kwam een brief van Halbertsma ter sprake,3) „waarin Z.W.Eerw. in bedenking geeft, of het op grond van den daarbij omschreven ziekelijken toestand van zijn hoofd geen tijd zoude worden om het emeritaat aan te vragen en onder anderen voorstelt om nog tot Mei 1857 de predikdienst en het godsdienstig onderwijs te blijven geven, hoewel ook zeer bereid om eerder zijn functiën neer te leggen."4) Overeenkomstig het voorstel, dat het Bestuur naar aanleiding van dit schrijven op de volgende vergadering aanbood, werd besloten „om aan Ds. Halbertsma, uit hoofde der redenen ons in zijn gemelde brief medegedeeld het emeritaat toe te kennen tegen den eersten November aanstaande en zoo mogelijk nog voor dien tijd."

De tweede opmerking van Tydeman doet ons Halbertsma zien van een heel andere zijde: „Bij u is hij (na-

— *) Letterkundige Naoogst, 2de st., Deventer, 184J, bl. J04. s) Deventer Courant, 5 Maart 1869.

*) Notulen in het Archief der Doopsgezinde gemeente te Deventer.

4) Vgl. hiermede echter het getuigenis van zijn vriend Eekhoff en van H. Hylkema, die beiden verklaren, dat hij ontslag nam uit zijn ambt om zich aan zijn woordenboek te kunnen wijden. Vgl. De Vrije Fries XII, bl. 23; Herm. Hylkema, Dr. Justus Hiddes Halbertsma, bl. 16.