is toegevoegd aan uw favorieten.

Dr. J. H. Halbertsma

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en dus onfeilbaar en beslissend voor leer en leven. Jezus was niet maar een „goddelijk mensch", doch van eeuwigheid Gods Zoon, onze Zaligmaker, die „den toorn Gods tegen de zonde des ganschen menschelijken geslachts gedragen had, om ons van de eeuwige verdoemenis te verlossen." Want de mensch was kind des toorns, der verdoemenis waardig en kon alleen gered worden, als hij Christus, die aan Gods gerechtigheid had genoeg gedaan, door een oprecht geloof was ingelijfd. Op dat geloof èn op de bevinding, waaruit voor de mannen van den Réveil de echtheid er van bleek, werd vooral de nadruk gelegd. „Bevmding" was „het een en het al". De Réveil was geen reformatorische beweging. De kerk stond op den achtergrond, de persoonlijke verhouding tot God op den voorgrond. Het ging om de vraag: Hoe kan ik zalig worden? en met die vraag in het middelpunt kreeg het leven van den Réveil een innigheid en diepte, die aan het koele, beredeneerde Oud-Liberalisme ten eenenmale vreemd was.

De Groninger school.

Niet minder dan voor den Réveil was de religie voor de Groninger school „voor alles een zaak van beleven, van gevoelen, een stuk zielsgeschiedenis." *) Beide stonden hierin tegenover de Oud-Liberalistische theologie. Het groote verschil tusschen de twee stremmingen was echter, dat de Réveil terugging naar de Hervormers, vooral naar Calvijn, terwijl de Groninger school meer sympathiseerde met de Humanisten. In navolging van haar geestelijken vader, Prof. Ph. W. van Heusde, was openbaring voor haar opvoeding, „één groot proces in natuur en geschiedenis, een school Gods, waarin Hij al zijn schepselen opleidt tot ware menschelijkheid."3)

*) Roessingh, Het Mod. i. Ned., bl. $5.

a) Ds. Mr. G. M. den Hartogh in Antirevolutionaire Staatkunde, Kampen 1931, bl. 100.