is toegevoegd aan uw favorieten.

Dr. J. H. Halbertsma

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leer van „de erfzonde met den aankleve van dien."x) Over de bevmding, die ook bij de mannen van den Réveil zulk een groote plaats innam, laat hij zich op sarcastische wijze aldus uit: „De uitverkorenen, gelijk bekend is, worden eensklaps op het alleronverwagtst door ene ingeving van boven vergewist, dat zij in het boek des levens zijn opgeteekend en na dit oogenblik treuren en gevoelen zij als aangenomene aterlingen. Doen is natuurlijk onnoodig, omdat zij onmagtig zijn. Deze bevindingen overvallen den mensch bij gelegenheden, die men zou denken daartoe het minst geschikt te zijn, b.v. in een hoerenhuis of op een secreet zittende, enz."2)

Tegen de Modernen uit Halbertsma zich eveneens op scherpen toon, ofschoon zoo smalend niet als tegen de orthodoxen en ook eenigszins zakelijker.

Mèt het „liberalismus" van zijn tijd en „de jacht van alle standen om in zeden en kleding te klimmen in den stand, die boven ieder is"") was de moderne theologie hem de vrucht van „zelfvergoding," passend bij „de eeuw van Jan Perfect", waarin de volksmassa's genoeg hadden aan „de waarheid in abstracto".4) Een groot bezwaar vindt hij, dat zij „alle wonderen en mysteriën (wegredeneert)," s) want „met de wonderkracht van Jezus verdwijnt ook zijn brevet als Godsgezant; verliezen al de heerlijke woorden en lessen haar kracht bij 't wonder uitgesproken." 8) En elders heet het: „Modernen beweren, dat er gene openbaring van God is, in den zin namelijk van een buitengewoon gezantschap. Geen wonderen dus meer, geen hemelvaart, opstanding enz. Geen gezags-

x) MS. 166, bl. 192. 9) ld, bl. 253.

3) MS. 167, bl. 63.

4) ld, bl. 49, jo.

«) MS. 166, bl. 338. •) MS. 167, bl. 49, 50.