is toegevoegd aan uw favorieten.

Dr. J. H. Halbertsma

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wetten, gegrond in de natuur der menschheid, ontwikkelden. Om de verhouding te leeren kennen, waarin de geest van den individu en de „Gesammtgeist" van een volk in deze ontwikkelingen aandeel hadden, wendden ze zich bij voorkeur tot de Middeleeuwen, toen, naar hunne opvatting, het leven der menschheid meer door de in den schoot der volkeren verborgen krachten dan door afzonderlijke personen bepaald werd. *)

De studie der Middeleeuwen riep Friedrich von Schlegel in 1802 naar Parijs, waar hij onder leiding van den Engelschman Alexander Hamilton tegelijkertijd de studie van het Sanskriet begon. Na alles, wat er bekend geworden was over den ouderdom van den godsdienst en de philosophie der Indiërs, legden de Romantici groote voorkeur aan den dag voor de Indische taal en litteratuur. Als vrucht zijner studie gaf Von Schlegel in 1808 zijn werk Ueber die Sprache und Weisheit der Indiër uit, waarmede „eenerzijds de studie van het Sanskriet in de Duitsche en daarmede in de Europeesche wetenschap (is) ingevoerd; anderdeels in hoofdzaak de gezichtspunten, waardoor ze voor de hervorming der taalwetenschap van zoo groote beteekenis werd, deels (werden) in 't licht gesteld, deels aangeduid."*)

Von Schlegel betoogt de verwantschap met Grieksch en Latijn, alsmede met de Germaansche en Perzische talen, op grond niet alleen van het groote aantal gemeenschappelijke wortels, maar vooral wegens de overeenkomst in grammatische structuur. Op de resultaten van deze laatste gedachte voor een juister inzicht in de verhouding van verwante talen tot elkander legde Von Schlegel speciaal den nadruk. Ofschoon hij tot de verkeerde conclusie kwam, dat het Sanskriet onder de ver-

x) Zie B. Detbrück, Einleitung in das Studium der indogermanischen Sprachen6, S. 43.

s) Benfey, Geschichte der Sprachwissenschaft, S. 3(1.