is toegevoegd aan uw favorieten.

Dr. J. H. Halbertsma

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deze twee werken? Het 3 de deel der Hulde is nooit verschenen, ofschoon hij in 1830 aan Jacob Grimm schreef, dat hij bezig was het persklaar te maken, en wat het Lexicon betreft, de duizend kolommen, die gedrukt waren, toen de dood hem uit zijn arbeid wegriep, omvatten slechts de woordenschat van A tot Feer.

Intusschen had het hem bij dit werk niet aan aansporing ontbroken. Zijn vriend Bosworth in 't bijzonder dringt er herhaaldelijk bij hem op aan zijn „magnum opus" uit te geven en niet te wachten, tot het volmaakt is, want dan zal het nooit verschijnen. In een brief d.d. 17 Maart 1838 schrijft hij zelfs, dat Friesland, ja Europa het Friesch Lexicon van Halbertsma eischt. Hij moet meer voor Friesland zijn dan Johnson voor Engeland, Adelung voor Duitschland en Kiliaen voor Holland. Evenwel, voorloopig komt er nog niets van de uitgave en twee en twintig jaar later, in 1860, dringt ook Prof. M. de Vries er nog eens krachtig op aan, dat Halbertsma zijn woordenboek spoedig in 't licht zal geven.1)

"Waaraan is het te wijten, dat hij zoo lang getalmd heeft met het uitgeven? Eekhoff gist, dat het „maatstafje" langzamerhand een „maatstaf" was geworden, „zoo groot, dat hij lang bleef twijfelen, of hij voor die taak wel was opgewassen." Had Halbertsma zelf de voorrede van het verschenen gedeelte geschreven, dan zou hij wellicht de reden ons hebben meegedeeld. Gaan we af op wat zijn zoon Dr. Tjalling Halbertsma op grond van gesprekken met zijn vader en van eigen overwegingen in de door hem geschreven voorrede zegt, dan blijkt, dat althans voor het eerste gedeelte Eekhof fs gissing juist is. Halbertsma wilde alle woorden en alle spreekwijzen, waar en wanneer door Friezen ook gebruikt, in zijn Lexicon samenbrengen. Dus niet alleen de woorden van het Land-Friesch, maar ook die, welke behooren tot

*) De Vrije Fries XII, bl. 24, noot.