is toegevoegd aan uw favorieten.

Dr. J. H. Halbertsma

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De gastvrijheid wordt in anderen geroemd (71) en door hemzelf beoefend. (213).

Scherp gispt hij daarentegen allerlei maatschappelijke misstanden en wel vooral het toenemend gebruik van de jenever, „dy de divel yn de hel ütf oun hat om ds Friezen nei siel en lichem to moardzjen" (342), maar ook dat van den aardappel, die de behoefte aan jenever opwekt (375 vlgg.). Hij hekelt het rooken (342 vlgg.), de armenwetten, die de armen lui maken en door haar ondraaglijke lasten vele boeren noodzaken te emigreeren (367) en de Staatsloterij, waardoor „de poartenei de hel iepene wirdt."(372)

In zijn wijzen op de kracht en degelijkheid van het voorgeslacht tegenover de slapheid en oppervlakkigheid van zijn tijdgenooten is Halbertsma een Friesche tegenhanger van Potgieter.

Naast onderrichting bedoelde hij ook vermaak te verschaffen. Naar inhoud en vorm waren vooral zijn boeiende, vlotgeschreven verhalen en zijn natuurgetrouwe dialogen met hun geestige opmerkingen en vele anecdotische bijzonderheden er volkomen op berekend dit doel te bereiken.

Van de figuren, die Halbertsma teekent, treden vooral Gabe en de „Domenij" op den voorgrond, beiden als vertolker van zijn gedachten.

Gabe is een boerenzoon met een gezond versland, maar zonder geleerdheid. Om hem niet eenzijdig in een boerenkring te laten, heeft Halbertsma hem geschetst als een kreupelen kleermaker. En door zijn gebrek èn door zijn vak heeft hij veel tijd om na te denken. Hij is een goed waarnemer en daarbij scherp en geestig; dikwijls het middelpunt van een kring, dien hij vermaakt door zijn origineele zetten en snedige opmerkingen. Onafhankelijk van karakter, is hij nergens meer over verheugd „as det er him seis mei it skroarjen bidrippe (kin)."

In den „Domeny" geeft Halbertsma meer een