is toegevoegd aan uw favorieten.

Historische democratie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit de toepassing worden weggenomen, behoort men op dien weg verder te gaan, ondanks de eigenaardige instituten, die het zwakke en onzekere koloniale beleid der laatste twintig jaren heeft gebracht. Wij behooren het koloniale vraagstuk, dat zoo buitengewoon belangrijk is, zoowel voor ons zelf als voor de positie der westersche volken in het Oosten, te benaderen met het klassieke „de quoi s'agit-il?" en niet langer op te gaan in een cultus van bestuurshervorming, een cultus van staatsinrichting, die nooit in verband hebben gestaan met de werkelijke staatkundige eischen van Indië en Nederland. Zij hebben de continuïteitsfictie in de koloniale politiek gediend; het landsbelang hebben zij opgeofferd en het is kenmerkend hoe, van al die politici, regeeringscommissarissen, landvoogden, ministers, die aan het meegaan met dat wisselend regime hun opkomst en carrière te danken hebben, niemand in moeilijke oogenblikken eenig woord van beteekenis weet te spreken. Men begrijpt de zaak zelfs niet. Thans zijn weer stemmen opgegaan om in plaats van den tegenwoordigen minister een te stellen, die meer van het meest recente gebeuren in Indië op de hoogte zou zijn. Wanneer men hier niet te doen heeft met een pogen den weg te effenen voor zeer bepaalde personen, dan moet toch worden gezegd dat men hier met een tekort aan begrip te doen heeft. De Indische Regeering is daar om de gebeurtenissen op den voet te volgen; de minister heeft een andere taak en het falen van S. de Graaff is niet gelegen in zijn gebrek aan detailkennis, doch aan zijn gebrek aan staatkundige begaafdheid, aan zijn onvermogen in de hoogere aangelegenheden van staat samenhang en doel te zien. Een minister behoort bekwaam te zijn het verband tusschen Rijk en kolonie te leggen en aan den Landvoogd de politieke grondslagen voor zijn beleid te geven.

Wat thans in de eerste plaats noodig is, is een duidelijk begrip waaraan onze staatkunde moet voldoen