is toegevoegd aan uw favorieten.

Nederland en Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deeltelijk aan zijn onverzettelijkheid te wijten1. De opstand veroorzaakte zijn ontslag (3 Sept.), hij heeft aan de gebeurtenissen in September dus geen rechtstreeksch aandeel gehad. Wanneer hij na een maand weer in zijn ambt hersteld wordt, behandelt hij de kwestie tusschen Noord en Zuid volkomen als een juridische. Zijn advies aan de Kabinetsraad van 8 October komt in het kort hierop neer: De band met de Zuidelijke Provinciën is verbroken, de rechten van het Noorden op regelmatig bestuur bestaan onverminderd2. En voortaan gaat zijn belangstelling slechts uit naar de rechten van het Noorden.

Een ander staatsman nog, dan Falck en Van Maanen, maar een, die zich al in 1824 uit alle openbare ambten had teruggetrokken, had van den beginne aan de Zuidelijke provinciën een bizondere aandacht geschonken. De gebeurtenissen van '30 zouden hem in de gelegenheid stellen opnieuw daarvan blijk te geven.

Gijsbert Karei van Hogendorp had zich bij het tot stand komen der vereeniging niet zeer enthousiast getoond. Hij had liever de grens anders gezien8, en legde er in een memorie aan de souvereine Vorst de nadruk op, dat Nederland een zeemogendheid en een Protestantsche staat moest blij ven4; volgens een uitlating van hem in de Kamer in 1821, zou hij op dat oogenblik nog de voorkeur gegeven hebben aan de oude staat, als hij alleen op het belang der Noordelijke provincies lette5.

Toch, nu hij de nieuwe toestand had te aanvaarden zooals hij was, toonde hij voor de Zuidelijke provinciën ook veel belangstelling. Hij was een der weinige Noord-Nederlanders, die die gewesten bezochten om er een eigen oordeel over te kunnen vormen. Uit zijn geschriften over die reizen blijkt, dat hij wel een open oog had voor de taalkwestie, maar alleen omdat hij in de bevordering van de landstaal een middel zag om de tot-

1 Zie voor Van Maanens werkzaamheden Blauwkuip Taalbesluiten en de genoemde artikelen van De Jonghe. Een samenvatting hiervan geeft het zde hoofdstuk van De Ziekte aan de Zenne, door P. van Overzee.

«Ged. X« bl. 216.

» v. Hogendorp, Brieven en Gedenkschriften V, bl. 60. In i8jo vermeldt ht) dit nog eens, V, bl. 511.

4 V bl. 498. Memorie van 22 Mei 1814.

» v. Hogendorp, Bijdragen tot de Huishouding v. Staat VI ML 2*2, Advies over het wetsontwerp betreffende accijns op het gemaal en geslacht, Oct. 1821.