is toegevoegd aan uw favorieten.

Nederland en Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt zijn standpunt bepaald. Wanneer hij in het Zuiden is, gaat zijn bdangstelling in de eerste plaats naar nijverheid en fabriekswezen. In zijn strijd voor de vrijhandel betoogt hij bij monde en geschrifte1, dat Noord en Zuid wel onderscheiden, maar daarom nog geen tegenstrijdige belangen hebben. Hij kan echter de protectionistische stroom uit het Zuiden niet keeren, en hoe zeer dit zijn gevoelens beinvloed heeft, blijkt in 1830, wanneer hij in het tweede geschriftje van zijn hand, naar aanleiding van de gebeurtenissen in België uitgekomen, deze kwestie ter sprake brengende, zegt: „De verbittering der Hollanders tegen de Belgen op dit eene punt, is regtvaardiger en sterker dan de verbittering der Belgen tegen de Hollanders het ooit, wegens al de grieven te zamen genomen, zijn kan"8. Hij spreekt zich dan ook voor administratieve8, later voor geheele* scheiding uit, vooral met het oog op de vrije handel, die hij zelfs in de grondwet wil opgenomen zien.6 Ook om andere redenen wenscht hij België los te laten, waarvan zijn oppositiegeest tegen de Koning, zijn afkeer van de stemming die het Nederlandsche volk bezielt, en zijn sympathie voor liberale denkbeelden wel de voornaamste zijn. Dit komt vooral later naar voren, in zijn bespiegelingen, in 18 31 en '3 2 neergeschreven, over de toestand van het Koninkrijk en de mogelijkheid van een Europeesche oorlog, waar toen blijkbaar groote kans op was8. Voor België op zich zelf interesseert hij zich niet meer, ook niet voor de bewoners ervan, die sinds de opstand voor hem alleen „Belgen" waren7, zonder eenige verdere onderscheiding.

1 Bijdr. I, bl. 60, 147, II, bl. 183.

2 De Scheiding, bl. 40. 'ibid. bl. 64 vlg. De Prins van Oranje, bl. 11.

* De Natie, bL 28. Op bl. 32: Thans nog stel ik mij de mogelijkheid en de waarschijnlijkheid voor, dat een volgend geslacht, onder gegevene omstandigheden, beide in Holland en België, het nut zal inzien van een scheiding onder één hoofd. Doch op dit oogenblik zoude het overbodig zijn bij dit denkbeeld te verwijlen; in de omstandigheden van onzen tijd komt de volstrekte scheiding alleen te pas".

6 De Vrede. bl. 43.

* Brieven enz. VII, bl. 234 en 262.

* In de geschriftjes tijdens de opstand geschreven. B.v. in De Scheiding, bl. 60. „Toen kort daarop (na het uitbreken van de opstand) het woord scheiding uitgesproken was, hebben alle Belgen, zonder onderscheid, het herhaald". Bl. 61: Over de Antwerpenaars „die algemeen haken om zich met de Belgen te vereenigen. Onder deszelfs inwoners hebben Staatsmannen de afscheiding van Holland eenen zelfmoord genoemd; groote kooplieden hebben verzoekschriften tegen de afscheiding onderteekend. Maar zelfs de