is toegevoegd aan uw favorieten.

Nederland en Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

scheen vervlogen, dat de Nederlandsche taal en letterkunde meer en meer onder de Belgen zou worden uitgebreid en op haar volle prijs geschat. „Dan", had hij hierop laten volgen, „ik durf mij nogtans vleijen, dat de zaden, door het onderwijs van mannen, als een Schrant, Kinker, Meyer en anderen, in den Belgischen grond zoo mildelijk uitgestrooid, niet geheel verloren zullen gaan; maar dat zij, schoon hun wasdom dan eenigermate moge vertraagd zijn, ten laatste nogtans schoone vruchten zullen voortbrengen. Immers kan het naauwelijks uitblijven, of, wanneer het Belgische volk eenmaal tot eene gevestigde orde van zaken, en het genot eener redelijke vrijheid zal gekomen zijn; wanneer het langzamerhand, tot de zelfstandigheid van eene onafhankelijke natie zal zijn opgegroeid; het beste en verstandigste deel van hetzelve op het levendigst de volstrekte behoefte gevoelen zal, om zich eene eigene taal en letterkunde te verzorgen: en welke kan zij daartoe anders, dan de Nederlandsche aannemen, daar verre het grootste deel der Belgen geene andere taal, dan de Nederlandsche bezigt P"1 Nu, in 1839, was deze verwachting, in ruimere mate zelfs dan hij \ zich had durven voorstellen, vervuld, wat vooral aan de werk- ' zaamheid van Jan Frans Willems te danken was. De Nederlandsche letterkunde werd in België weer beoefend, het Gouvernement scheen er zelfs het belang van te beseffen. „Wij verheugen ons hartelijk in dit verschijnsel en durven ons, nu eindelijk de zoo lang gewenschte overeenkomst tusschen óns rijk en België is tot stand gebragt, daarvan eenen voor beide landen, en in het bijzonder voor den bloei der Nederlandsche Letterkunde weldadigen naijver tusschen de bewoners van Nederland en België voorspellen, waardoor de losgereten band van broederschap weder in zoo verre hersteld zal worden, als voor het belang van beide rijken wenschelijk is"a.

Eenige maanden daarvoor had hij in een redevoering tet gedachtenis van 's Konings 25-jarige regeering de opstand der Belgen in de van ouds bekende termen beschreven8. Hij zond

1 Handelingen Mij. d. Ned. Letterk. 1831, bl. 3-6. 'Ibid. 1839, bl. 3.

3 Redevoering ter gedachtenis van den zesden van Wintermaand des jaars 1813, dag waarop de Koning der Nederlanden van de Hem opgedragene souvereiniteit bezit heeft genomen, den zevenden dier maand van het jaar 1838 in eene openbare vergadering der Maatschappij van Nederlandsche Letterkunde te Leiden uitgesproken door Matthijs Siegenbeek. Leiden 1839.