is toegevoegd aan uw favorieten.

Nederland en Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

protest tegen die geest was opgericht, dat juist wel een vaste koers wilde volgen, en dat beloofd had ook aan de Vlaamsche letteren zijn aandacht te schenken? Wat was er van deze beloften terechtgekomen? Niet veel.

Van de Vlaamsche bijdragen in de Muzen-Almanak werd in 1841 eenige notitie genomen1; het gedicht van Ledeganck: bet Graf mijner Moeder, werd geprezen, maar verder konden de Vlamingen weinig lof inoogsten; het volgend jaar gebruikte de recensent de bijdragen uit Vlaanderen om eraan te demonstreeren hoe weinig die uit Noord-Nederland waard waren. „Wat vooral ons vonnis, over de Muzen-Almanak uitgesproken, bevestigt, is de wijze waarop de bijdragen der Belgische dichters . in het oog vallen. Men kent den toestand van de Letterkunde onzer naburen: hoe hartelijk wij de pogingen der Vlaamsche Dichters en Schrijvers ook mogen toejuichen, die Letterkunde is in hare opkomst; tot hare ontwikkeling heeft geen maatschappelijk leven, geenè zorgvuldige opvoeding, geene reeks van klassieke Schrijvers, zooals bij ons tot op van der Palm en Bilderdijk, bijgedragen. Bij zekere naïveteit van uitdrukking, eigen aan iedere weinig ontwikkelde taal, mist de hunne echter die lenigheid, die volledigheid, die ronding, welke haar tot een gemakkelijk voertuig van dichterlijke gedachten maken. Vestigen wij het oog op de werkzaamheid der Vlaamsche dichters; zij is hoofdzakelijk op het huiselijke en burgerlijke leven gerigt, zooals te verwachten is van hem, op wie het juk van het gezag van Cats nog met al zijn looden zwaarte drukt; of de geschiedenis des Lands, de geschiedenis hunner nationahteit, levert hun zangstof, eene mijn, die bij hen met navolgenswaardigen ijver, ja wordt ontgonnen, maar die door vroegeren arbeid nog op verre na zoo toegankelijk niet is als de onze. Waarlijk, zoo bij dezen stand van zaken hunne dichters niet nadeelig bij de onze afsteken, dan kan de verstgedrevene nationahteit zulk eene nederlaag aan onze zijde niet verontschuldigen2".

Wat het aankondigen van in Vlaanderen verschenen werken betreft, de leidende redacteur van De Gids, Potgieter, was er zich zeer wel van bewust niet beantwoord te hebben aan de verwachtingen door hem zelf gewekt. Zeven jaar na zijn artikel over Licht- en Schaduwzijden der Vlaamsche Letterkunde kwam hij

1 De Gids 1841 I, bl. jj. » 1842 I, bl. 656.