is toegevoegd aan uw favorieten.

Nederland en Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hadden zien opgaan, en dat zij van vtoegere oordeelvellingen waren teruggekomen"1.

De volkseenheid, waarvan de Clercq gewaagt, was in dat jaar 1847 in het openbaar genoemd door de Amsterdamsche hoogleeraar J. Bosscha, in een „Voorlezing" over De Duitschers en de Nederlanden vóór den Munsterschen vrede, welke rede ook door de druk verspreid was en wel door de Clercq gekend zal zijn2. Dit betoog, waarvan de eigenlijke strekking is aan te toonén, dat de Nederlanders al in de Middeleeuwen geen Duitschers meer waren, en te waarschuwen voor het gevaar dat van Duitsche zijde voor de Nederlandsche zelfstandigheid dreigde, vangt aan met een beschouwing over tweeërlei soort van eenheid in het leven der volken op te merken. „De Volkseenheid is eene ordening van Gods wijsheid in de lotsbestemming van het menschdom; de Staatseenheid, die daar buiten treedt is een dwangstelsel van menschelijke berekening"3. Aan het slot spreekt Bosscha over de gebeurtenissen, waardoor in de 16e eeuw „het Nederlandsche volk werd vaneen gescheurd" en stelt de vraag, of de scheiding van 1830 onherroepelijk zijn zal, of dat er „eenmaal eene meer duurzame vereeniging van het Nederlandsche volk tot een Nederlandschen staat plaats (zal) vinden"4. „Volgende geslachten zullen het weten. Diehetnuzou durven voorspellen, die zou het lot treffen van Cassandra. En inderdaad: onder den schepter van Koning Leopold worden de polsslagen van het Nederlandsche volksleven — zij mogen zich nog in de taal en de letterkunde doen opmerken — al rlaauwer en flaauwer; en velen van hen die daar vroeger „scheiding! scheiding!" geroepen hebben, thans beducht van door den stroom van Franschen invloed overstelpt te worden, zetten alle sluizen open om den Duitschen geest te doen binnen vloeijen, waartoe uit Duitschland aandrang genoeg is, door de begeerte, bij de regering om met hare Staatkundige werking, bij het volk, om met den Duitschen handel, eenmaal, zoo het mogelijk is, de Noordzee te bereiken.

En onder ons zijn er geweest, die daarom zoo ijverig ook van deze zijde „scheiding! scheiding!" geroepen hebben, omdat

1 Handelingen en Levensberichten van de Maatschappij d. Ned. Letterk., 1858, bl. 293. •Deze „Voorlezing" werd besproken in De Gids 1847 B., bl. 817-834. 'Bosscha bl. 8. •Bl. 37-