is toegevoegd aan uw favorieten.

Nederland en Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

breed gesproken over de politieke inzigten van de partij, maar onze denkwijze liep ver uiteen: mondeling wel nader over hunne droomen. Ik ben echter op een denkbeeld gekomen, dat voor de htteratuur vruchten zou kunnen dragen: Snellaert was er zeer mee ingenomen. Wat zoudt gij denken van een internationaal congres ? Bij mijne terugreis zal ik de zaak met Snellaert bespreken om te beramen wat daar hoofdzakelijk en bij voorkeur behandeld zou moeten worden om tot gewenschte resultaten te geraken. Houd dit geheele denkbeeld nog maar voor u: 't is tijds genoeg dat het bekend wordt als de zaak haar beslag krijgt. —"

En aan Snellaert schreef hij 5 Juni '47 uit Parijs: „Laat ondertusschen uwe gedachten nog eens gaan over het ontworpen internationaal letterkundig congres, dat ik zeer gaarne zou willen in het leven roepen"1.

Is het denkbeeld dus blijkbaar van Jonckbloet uitgegaan, aan de uitwerking daarvan heeft hij geen deel gehad.

Op een aansporing van Snellaert antwoordt hij 30 November '47, na de mededeeling dat hij twee maanden ziek is geweest: „Betrekkelijk ons letterkundig internationaal Congres heb ik nog slechts met weinig menschen kunnen spreken, maar bij die vond het bijval. Ik zal er nader werk van maken, want ge hebt gelijk, het wordt tijd"2.

In Januari '49 informeert hij eens belangstellend hoe het er mee staat: „Schrijf mij iets naders omtrent het voorgenomen Congres als 't zijn beslag in uwe hoofden heeft gekregen"8.

En wanneer het eenmaal zoo ver is, blijft hij weg.

Eerst schrijft hij 13 Juni '49 aan Snellaert: „Of ik op het Congres zal komen blijft nog zeer de vraag, daar ik vrees op het eind van Augustus niet wel in de gelegenheid te zijn: zoo ik maar eenigsins kans zie het uitstapje te doen, dan begrijpt ge dat ik zal toegeven aan den drang des harten die mij heen drijft om mede te werken tot het goede"4.

Ten slotte, „24 Augustus bloediger gedachtenis, '49", een zeer uitvoerige brief, vol betuigingen van spijt en vriendschap; hoé graag hij ook zou willen, hij kan onmogelijk komen; de Parijsche handschriften van de Lancelot moeten vóór 1 October terug, en wanneer hij niet van 's morgens vroeg tot 's avonds

'Hs. Univ. Bibl. Gent. »ibid. «ibid. 'ibid.