is toegevoegd aan uw favorieten.

Nederland en Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Evenzeer zullen zij zich verheugd hebben over blijken van waardeering die Vlamingen en Noord-Nederlanders van elkander ontvingen, en die als gevolg van deze persoonlijke aanraking kunnen beschouwd worden. De briefwisseling tusschen Snellaert en Des Amorie van der Hoeven uit deze jaren geeft daarvan menig bewijs1.

Niet alleen de Nederlanders die de congressen bezochten hadden gelegenheid van Vlaamsche toestanden en Nederlandsche problemen wat beter op de hoogte te komen; ook zij die thuis gebleven waren konden er iets over vernemen uit hun dagbladen of tijdschriften.

Over 't algemeen waren de berichten in de Nederlandsche couranten over deze eerste congressen nog maar heel kort, alleen in De Tijd verschenen uitvoerige verslagen, door Thijm geschreven. Het tweede wekte natuurlijk bij de Amsterdamsche bladen de meeste belangstelling, het Handelsblad schreef er zeer enthousiast over. Over het derde congres gaf de Arnhemsche Courant, behalve een vrij uitgebreid verslag, nog een nabeschouwing, waarin het congres een van de verblijdende teekenen des tijds genoemd werd, niet alleen uit letterkundig oogpunt, maar ook voor de verstandhouding met België. Over deze politieke zijde wordt dan verder nog een zeer omstandig betoog gehouden, zonder dat van de Vlaamsche taalstrijd met een enkel woord wordt gerept.

Meer aandacht werd aan deze eerste congressen gewijd in de tijdschriften. Twee, die niet onder de voornaamste, maar wel, wat hun inhoud betreft, onder de populairste gerekend moeten worden, spannen daarbij de kroon, n.1. De Tijd, Merkwaardigheden der Letterkunde en Geschiedenis van den Dag, voor de beschaafde Wereld, onder redactie van „Boudewijn", (pseudoniem van J. L. van der Vliet), en On%e Tijd, Merkwaardige Gebeurtenissen onzer Dagen op het Gebied van Staatkunde, Geschiedenis, Landen Volkenkunde, Kunsten en Wetenschappen (enz.) door „een Vereeniging van Letterkundigen".

„Boudewijn" die zich in een aantal artikelen over Willems al eerder Vlaamschgezind had getoond2, schreef naar aanleiding van het Gentsch congres een zeer uitvoerige beschouwing

1 Jacob, Briefwisseling Conscience II, o.a. bl. 251, 258, 271.

* De Tijd, 1845,1, bl. 135, 1846, II, bl. 49-jj en m-112, 1848, II, bl. 101-104.