is toegevoegd aan uw favorieten.

Nederland en Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gewigtigste aangelegenheden der maatschappij, die tevens de grondslagen zijn der letterkunde, op het Letterkundig Kongres niet mogen spreken. Men mag een wensch koesteren, om in beider opzigt weder hereenigd te worden. Men mag hopen, dat er een tweede Karei de Groote mag opstaan. Men mag bidden, dat een verjongd Christendom de wonden kome heelen, die er geslagen zijn. Maar, wat men wenschen en bidden kan, mag men daarom nog niet zeggen, veelmin nader ontwikkelen. Wij zijn een vrij volk, zooals ieder uwer wel weet; maar evenwel, hier in de stad der Unie, zou ik U geen nader verbond mogen aanraden, geen verbond zooals dat van 1579, wat ik trouwens ook niet verlangen zou, maar niet eens eene Unie, zooals Willem de Eerste die bedoelde. Wel nu, ik zal gehoorzamen; ik zal den tegenwoordigen toestand der beide afdeelingen van Nederland onbesproken laten, en ieders godsdienstige en staatkundige begrippen eerbiedigen; alles conform het reglement". Slechts over de eenheid van taal mag gesproken worden, en zelfs dat eigenhjk alleen nog maar van streng wetenschappelijk standpunt; op het gebied der toepassing „loopen wij al aanstonds de kerk en de staat tegen het lijf, en dan roept de voorzitter ons tot de orde — ofwel men laat ons uitspreken. Men kibbelt een weinig heen en weder — verklaart vervolgens het onderwerp genoegzaam toegelicht, en begraaft het in de jaarboeken van het Congres. Voor Zuid-Nederlanders zou het eene hoofdzaak wezen, om vóór alle dingen de Vlaamsche Beweging levend te houden, en zoodanig algemeen te maken, dat de regering tot billijker maatregelen omtrent de taal der meerderheid moest overgaan. Doch aan die beweging mogen wij ter liefde van Braband en Vlaanderen, altijd met het oog op de protocollen, niet mede doen. Men zou ons zeggen: wat gaat het U aan? Daarenboven voor ons zeiven en in onze eigen huishouding hebben wij beweging genoeg. Beweging in

soorten; — ik zal ze maar niet opnoemen Mogten

wij anderen te hulp komen, voorzeker het zou onze eerst pligt wezen om den leeuw van Vlaanderen te verlossen; maar dat mogen wij niet. Wij mogen ons met de huishouding van den naburigen staat, helaas! zoo moet het thans heeten, niet inlaten. De groote mogendheden zijn daaromtrent positief, en ons reglement is het niet minder". Zoo zal van het congres nooit