is toegevoegd aan uw favorieten.

Nederland en Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een daad kunnen uitgaan. Daarom zou hij „een verbeterd „taalverbond" willen stellen in de plaats van de „tegenwoordige zoo geheel onzekere vereeniging", een taalverbond, waarin „de algemeene vergadering zich (zou) onthouden van alles wat de godsdienst en de regeering betreft, doch ieder in den zijnen eene volkomen vrijheid behouden, om ten aanzien van kerk en staat naar omstandigheden te handelen". Hij kondigde aan van deze gedachte nog geen voorstel te maken, maar er „als dit met vrucht geschieden kan," later op terug te zullen komen.

Hier hooren we dus voor het eerst de stem der critiek, die zich nog op menig congres en daarbuiten zou doen hooren. Maar een taalverbond is hier niet meer ter sprake gekomen, blijkbaar kwam Visscher tot de ontdekking, dat het nog niet „met vrucht" geschieden kon.

De andere voordrachten waren meest van taalkundige aard, voor een deel al van heel weinig belang voor de Vlamingen, die dan ook maar in zeer geringen getale — van de 260 deelnemers waren er 10 uit het Zuiden — aanwezig waren.

Het Utrechtsch congres was blijkbaar niet zeer geanimeerd. Dat zou men tenminste opmaken uit een brief die Tiiijm twee jaar later aan Génard, archivaris in Antwerpen, schreef: „Het spijt mij, dat ik niet naar het kongres kan komen. Ik hoop, dat het goed en aangenaam moge zijn. Maar de zaak is, onder ons gezeid, hier in Holland in glad verkeerde handen geraakt. De Vries is geloof ik nog het eenige goede element, dat een toekomst aan de Vlaamsch-Hollandsche Kongressen kan helpen bereiden. Als mijn voorgevoelen uitkomt, dan zal dit het laatste kongres van de tegenwoordige reeks zijn, dat tusschen de Nederlandsche letterkundigen gehouden zal worden, 't Is jammer, maar de adem van de Utrechtsche club is doodend en die vooze leden dienen geloosd te worden, alvorens er aan een hervatting-der gemeenschappelijke zaak kan gedacht worden"1.

En een paar weken schrijft hij hem nog eens, dat hij gehoord heeft, dat het Antwerpsen congres aangenaam geweest is, en het zich dan voordeelig onderscheiden heeft van het Utrechtsche „waar ik mij zeer geërgerd heb"2.

1 22 Juli i85Ö.-Hs. Stadsarchief Antwerpen. 1 St. Brigitte 1856 (9 Oct.) ibid.