is toegevoegd aan uw favorieten.

Nederland en Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

taalverbond wilde oprichten, maar tot een behandeling van dit voorstel kwam het niet, en zoo liep ook deze poging om tot een vastere organisatie te komen op niets uit.

Prof. Heremans uit Gent deed in zijn rede: Hollandsch en Vlaamsch, een voorstel tot eenheid en samenwerking op ander gebied, wilde de benamingen „Hollandsch" en „Vlaamsch" vervangen door Nederlandsch. Hij beklaagde zich over de kortzichtige heden, die tusschen Noord-Nederland en VlaamschBelgië een Chineesche muur wilden oprichten, noemde als voorbeeld de schrijver van een artikel over Het verslag der Redactie van het Nederlandsch Woordenboek, dat verschenen was in de Konst- en Letterbode*. Of de vergadering het met hem eens was is niet gebleken, want niemand vond de zaak blijkbaar belangrijk genoeg om er een debat over te beginnen. Ook de andere voordrachten, voor het meerendeel over onderwerpen die op vorige congressen ook al behandeld waren, tooneel, spelling, nadruk, wekten niet veel discussie.

Over het behandelen van godsdienstige en staatkundige vraagstukken was ditmaal geen bepaling gemaakt. Jan van Rijswijck maakte van die gelegenheid gebruik, om als titel van zijn rede te kiezen: Heeft de handhaving der nederduitscbe taaien letterkunde al of niet een staatkundig belang in de Nederlanden} en daarin op te komen voor de stelling, dat alleen de taal de natie vormt en de nationahteit uitmaakt. Het woord „nationahteit" werd daarom nergens minder begrepen dan in België. „De nationahteit zoo komt het mij voor is bij ons een boom of vreemd gewas dat in een kuip of in een en grooten pot wordt aangekweekt. Het volk zonder den aard van het hout te kennen danst er om heen, en denkt, als hij zal groot zijn, er planken van te zagen om eene reddingsboot te timmeren, wanneer de dijk met een storm mogt doorbreken en het water in den polder stroomt. — Maer ziet—eer 't zoo ver is, sterft de boom omdat hij geen voedsel genoeg in de kuip vond, en niet in den vollen grond groeide, of een reus komt en loopt met zijne groote klompen den pot aan stukken, en daar valt de boom der nationahteit omver. — En zij die er rond staan loopen van schrik weg.—Want wie krijgt toch gaarne een tak of een stuk hout op zijn kop!. .."2

1 De schrijver van dit artikel -was Bakhuizen van den Brink. Zie hiervóór bl. 48. * Handelingen bl. 33.

•m£.