is toegevoegd aan uw favorieten.

Nederland en Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Kent ge Schimmels studie op den dichter Ledeganck ? Ziedaar de eerste Nederlander, die een helderen oogslag in de Vlaamsche Beweging geworpen heeft, en de edelmoedige pogingen onzer dichters begrijpt"1. Al zijn deze woorden niet geheel juist, ze geven een indruk van de opgang, die Schimmels artikel in Vlaanderen maakte, waar het algemeen bekend geworden was, doordat het Leesmuseum het in zijn geheel nadrukte.

Of in Nederland het beoogde doel er mee bereikt werd? In 1861 verscheen in de Arnhemsche Courant een hoofdartikel, waarin het gebrek aan belangstelling der Nederlanders in de Vlaamsche Beweging werd erkend, maar ook verdedigd en als vanzelfsprekend beschouwd, en wel op grond hiervan, dat zij and-Belgisch, anti-dynastiek en democratisch-clericaal was. En toen August Snieders in zijn Handelsblad van Antwerpen deze beweringen bestreed, volgde er weer een artikel van nog afwijzender strekking2.

Misschien was de Vlaamsche vriend, op wiens vraag deze beschouwingen een antwoord waren, Julius Vuylsteke. Deze vatte althans een paar maanden later deze kwestie aan, toen hij zijn reeks Brieven uit Vlaanderen begon met de mededeeling, dat hij van plan was, geregeld het een en ander te berichten over de taalstrijd in Vlaanderen, „iets waarvan uit onze gewone fransche dagbladen en uit de hollandsche couranten, die hare berigten geregeld uit de eerste overnemen, nog iets minder te vernemen is dan over Siberië of de binnenlanden yan Afrika8".

Deze woorden werden met mstemming overgenomen in een artikel, getiteld De Flaminganten, dat in een der volgende nummers van De Nederlandsche Spectator verscheen4. De schrijver hiervan, Arnold Ising, voelde veel voor de Vlamingen — hij had zijn jeugd in Gent doorgebracht5 — was een trouw bezoeker der letterkundige congressen, en had nu de gelegenheid, die het bijwonen van een kunstcongres in Antwerpen hem

studenten aan de almanak van de liberale Vlaamsche Studentenvereeniging ,,'t Zal wel gaan", te Gent is een eerste blijk van toenadering tusschen de studenten in beide landen. Een vruchtbare en blijvende samenwerking ontstond echter pas na het hier behandelde tijdvak.

1 Snieders in het Nederlandsch Magazijn 1859, bL 4.

'Bijlage XI en Handelsblad van Antwerpen, 6, 16 en 17 Juni 1861.

•Ned. Spectator, 1861, bl. 293. 'ibid., bL 311-313.

* Volgens zijn eigen mededeeling in Ned. Magazijn 1861, bL 330.