is toegevoegd aan uw favorieten.

Nederland en Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en herhaaldelijk als spreker optrad, brachten hen met elkaar in aanraking. Zij vonden in elkander geestverwanten, met even radicale opvattingen en even groote ontevredenheid over de laksheid der Hollanders. De sympathie voor de Vlarningen, die uit zijn brieven aan Vuylsteke spreekt, toonde Kern ook nog op andere wijze. In 1871 trachtte hij als voorzitter van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde een reglementswijziging tot stand te brengen, waarbij het woord Nederlanders steeds in Noord- en Zuid-Nederlanders zou veranderd worden, en de Vlamingen dus ook onder de gewone leden zouden worden opgenomen. Op de jaarvergadering zette Kern uiteen, welke overwegingen tot dit voorstel geleid hadden, en legde daarbij de nadruk op de eenheid der Nederlandsche taal en letteren, en de wenschelijkheid versnippering van krachten tegen te gaan. Maar op deze toelichting moest hij laten volgen, dat onder de leden een zoo groote tegenstand tegen dit voorstel zich geopenbaard had, die mondeling, schriftelijk en in druk tot uiting gekomen was, dat het bestuur het raadzaam achtte de zaak tot het volgend jaar uit te stellen. Men besloot daarop het voorstel naar de maandelijksche vergadering, waarvan het officieel uitgegaan was, terug te zenden1.

Die protesten in schrift én druk, waarvan Kern gewaagt, zijn, voor een deel althans, bewaard gebleven in het archief van de Maatschappij, Er is een brief van een lid, W. W. Buma uit Leeuwarden, die de bevoegdheid der Vergadering dit besluit te nemen in twijfel trekt; het zou volgens hem de grondslag der Maatschappij aantasten, en ten gevolge kunnen hebben, dat verscheidene leden voor hun lidmaatschap bedankten. Alles wat naar inmenging in het staatkundige ook maar zweemde moest door de Maatschappij als hoogst nadeelig, ja gevaarlijk voor haar bestaan, althans voor haar bloei, vermeden worden. Een ander hd, L. Ph. C. van den Bergh, achtte het voorstel ook onwettig en tevens gevaarlijk, want daar niemand gedwongen kon worden in een ongedeelde boedel te blijven, zouden de Belgen, als zij later eens uit de Maatschappij wilden treden, recht hebben op de helft van de bibliotheek! Het verst ging de archivaris van Leeuwarden, Eekhof, die een brochuretje van vier bladzijden het drukken en aan alle leden toezenden. Hij vond het voor-

1 Handelingen Mij. Ned. Letterk. 1871 bl. iz en 59.