is toegevoegd aan uw favorieten.

Nederland en Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJLAGE III (zie bl. 37;.

Uit een brief van W. Messchett aan J. F. Willems. Gedateerd Amsterdam 22 Jan. 1836, door een latere hand veranderd in 1837. (Hs. Univ. Bibl. Gent). (Hij zendt hem een aantal boeken, o.a. het Taalkundig Magazijn van De Jager).

„Dit Magazijn zal u wel bevallen. In het belang van den verzamelaar, een verdienstelijk schoolonderwijzer te Rotterdam, zou ik wel wenschen, dat het in uwe provinciën eenigszins bekend werd, en mocht het met eenige bijdragen uit Vlaanderen verrijkt worden, het kon medewerken om de gemeenschap tusschen Zuiden en Noorden te verlevendigen.

Het Gedenkboek van Prof. van Kampen heb ik niet gelezen; zonder te beslissen of zijn gevoelen het algemeenste onder de NoordNederlanders is, durf ik toch zeggen, dat het niet dat is van allen. Maar de hoeveelste heeft hier een gevoelen omtrent dat punt ? Ik zou bijna zeggen dat het gros (ook in de beschaafde kringen) er niet over denkt. Men is hier zeer tevreden, wanneer de fondsen hoog staan, en daarin wat te verdienen Valt, zooals de beursterm luidt. Verder denkt men over België zooals men over Polen of Spanje denkt. Het is verbazend, hoe in een tijd, wanneer elke dag gebeurtenissen kan doen geboren worden, die Europa in vlam zetten, en aan alle valsche rust, die hier heerscht, een einde maken, men als in den blinde voortleeft. Vrede, vrede en geen gevaar, met die woorden van den Profeet is deze tijd geteekend. Da Costa ziet Zuiden en Noorden door historische betrekkingen van ouds, als van Godswege, zoodanig verbonden, dat geen menschen die banden vermogen Tos te maken; maar aan de andere zijde acht hij ook de banden, die de menschen hebben willen leggen, om wat gescheiden was te hereenigen, zoo knellend, dat zij wel moesten breken, en niet weder aangeknoopt zullen kunnen worden. Hij voorziet een toestand van scheiding en van vereeniging tevens, op eene wijze die zich niet bestemmen laat; doch waarbij, zonder uitwendige eenheid, de elementen van waarachtige vereeniging zich meer en meer zullen ontwikkelen, en de toenadering in wezen althans die in vorm zal voorafgaan.

De zaken in Europa draaien om de Nederlandsche questie en uit Nederland gaat welhgt de beslissing uit — da Costa wacht (en dit is bij hem een soort van inspiratie) veel van den Prins van Oranje.

Van tijd tot tijd zien wij (en dat is ook da Costa's meening) dat de questien in Europa religieuse questien worden: en die questien zullen over andere punten loopen dan in de vorige eeuwen: niet meer over bijzondere inzichten, maar over het wezen der zaak. Het zal worden Christen of niet-Christen; geloovige of niet-geloovige. Daartoe ziet men allerlei losmakingen en nieuwe vereenigingen in het kerkelijke. Wat in den godsdienst uit den mensch is, zal zich meer en meer als geheel uit den mensch vertoonen, afgezonderd van het Goddelijke,