is toegevoegd aan uw favorieten.

Nederland en Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maken. Regeert men de Vlamingen Vlaamsch en de Walen Waalsch, wat is er dan van de eenheid des lands en des volks overig? Waar is dan België? Waar zijn dan de Belgen? Die vraag is wel geschikt het Belgisch gouvernement — welke partij ook in de meerderheid zij — tot nadenken te brengen en het huiverig te maken maatregelen te nemen, die zoo ligtelijk tot eene feitelijke oplossing van het Belgische rijk leiden zouden. Zelfs de meest Vlaamschgezinde ministers hebben dat bezwaar gevoeld en zijn er voor teruggedeinsd, en het is een bezwaar waarvoor de Vlaamsche partij de oogen niet sluiten mag. Wanneer zij den regtmatigen eisch doet, dat de Vlaamsche taal geëerbiedigd worde en dat de Vlaamsche bevolkingen niet onderworpen worden aan wetten die zij niet lezen en aan bestuurders die zij niet verstaan kunnen, mag zij daarbij toch niet vergeten, dat ook de Vlamingen in de eerste plaats BELGEN zijn, en dat, waar een Vlaamsch belang in strijd mogt komen met het algemeen nationale, met het Belgische belang, in dit geval Vlaanderen wijken moet voor België.

BIJLAGE XII (zie bl. 136).

(Uit J. ten Brink, Naar Ledeganck's graf, Ned. Speet. 1872, bl. 258-259).

„Wij Noord-Nederlanders koesteren over het algemeen weinig of althands geene groote belangstelling in de Vlaamsche Beweging. Herhaaldelijk is het gezegd, geschreven en beschreven — wij waardeeren de verheffing van het vlaamsche volk slechts zeer in de verte. Bij sommigen onzer, ouder en ervaringrijker dan het woest Vooruitstrevend Jongere Holland, is er nog^iets van den geest des jaren 1830 overgebleven. Toen was elk Zuid-Nederlander een blauwgekielde roover en de massa des volks werd dichterhjk dapper uitgescholden voor „het muitrenrot der ontzinde Belgen".

Evenwel dit is bij de meesten van óns een Voorbijgestreefd standpunt. Zelfs de Vlamingen en Brabanders zien reeds met wrevel op de mannen neer, die de omwenteling van 1830 hebben veroorzaakt. Een fijn, wetenschappelijk ontwikkeld man, als Dr. Alfons Willems, wees mij te Brussel het omvangrijk gedenkteeken voor de gesneuvelden in den opstand te Brussel aan en zeide mij, toen wij de zoogenaamde Place des Martyrs overstaken: „Daar liggen die dwazen 1" Merkwaardig is het feit, dat de namen van twee Amsterdammers onder die dezer martelaren worden vermeld.

In Noord-Nederland is het tijdperk van het „muitrenrot" afgesloten. Veeleer heerscht bij een verlicht deel onzer natie, als met recht verwacht mag worden, sympathie voor de kloekheid van het Kongres der jaren i830-'3i, 't welk een Grondwet ontwierp, zonder weerga in Europa, waar van eerbied voor de burgerlijke en staatkundige vrijheid sprake is. Ons jammert de verscheuring van den nederlandschen