is toegevoegd aan uw favorieten.

Nederland en Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STELLINGEN

I

Dat de Nederlanders in 1830 niet beseften welke gevolgen de afscheiding voor het Vlaamsche volk moest hebben, vindt voldoende verklaring in het feit, dat de democratische gedachte toen nog geen beteekenis had.

II

Het is onjuist in de taalpolitiek van Koning Willem I het bewijs te zien, dat hij zich bewust was van zijn taak de Nederlandsche stam te redden.

III

De voorstelling die Blauwkuip (de Taalbesluiten van Koning Willem I, bl. 33 vlg.) geeft, als zouden de taalbesluiten een gevolg geweest zijn van het verlangen te voldoen aan de verphchting een „union intime et compléte" tusschen Noord- en Zuid-Nederland tot stand te brengen, is eenzijdig.

IV

Ten onrechte veronderstelt Dinger Hattink (De Brusselscbe Opstand van Augustus 1830, bl. 7), dat de liberale leiders eenig besefhaddenvanhetniaatschappehjkkarakterdervolksbeweging.

V

Maurits Sabbe's bewering, dat Potgieter tegenover de Vlaamsche letterkunde stond „in vertrouwende sympathie" (Verslagen en Mededeelingen Kon. VI. Ac. 1931, bl. 711) is niet juist.

VI

De versregels uit Alberdingk Thijms Het Kunsthveekend'Nederland (Het Voorgeborchte en andere gedichten, bl. j 8) door Vercammen (Thijm en Vlaanderen, bl. 23) opgevat als bewijs dat Bilderdijk sympathie gevoelde voor de Vlarningen, hebben betrekking op Thijms standpunt tegenover de Nederduitschers.