is toegevoegd aan uw favorieten.

Gids voor het Westland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Cultures

Een Westlandsche tuin is gemiddeld niet grooter dan i a 2 ha. Daarvan is slechts een klein stukje open grond; verreweg het grootste deel is bebouwd met al of niet verwarmde kassen en warenhuizen.

De hoofdproducten zijn druiven en tomaten, doch het zijn vooral de druivenkassen, die de trots en de glorie van den Westlandschen kweeker uitmaken,

Als de grondlegger van den druiventeelt in het Westland wordt pastoor Franciscus Verburch (van 1647 tot 1708 te Poeldijk werkzaam) genoemd en geëerd. Aan de dankbaarheid, die de geheele Westlandsche tuindersbevolking gevoelt voor het pionierswerk van dezen geestelijke, is in 1929 uiting gegeven, door het oprichten van een monument, dat den pastoor voorstelt, staande voor een druivenmuur. Dit monument is vervaardigd door den beeldhouwer Aug. Falise en heeft een plaats gekregen voor het gebouw van de veiling te Poeldijk.

De druif werd oorspronkelijk in de natuur langs muren gekweekt. Verschillende van deze druivenmuren zijn nog te vinden op de oudste bedrijven. Toen echter de vrucht slecht en zelfs in het geheel niet rijp werd, trachtte men dit te redden door glazen ramen tegen de muren te plaatsen. Het resultaat was gunstig en zeer kort daarna werden die ramen reeds door vast glas vervangen. Dat was de eerste kas en hieruit is de moderne tweezijdige serre ontstaan: houten of ijzeren bovenbouw op een betonnen voet.

De druiventeelt is de oudste der Westlandsche cultures en in het kweeken van deze vruchten is de Westlander op zijn best, waaruit blijkt, dat traditie ook op dit gebied een niet te verwaarloozen factor vormt. De aanblik van een druivenkas in winterrust is verre van aanlokkelijk: een aantal geheel kaal gesnoeide — het snoeien in het najaar vereischt een zeer specifieke deskundigheid — stammen van een vuil-gele kleur, veroorzaakt door de behandeling met zwavel om ziekten te voorkomen, Doch in Februari en Maart, — als in de stookkassen de verwarming in werking gesteld wordt — staat zoo'n kas met oogenschijnlijk doode stammen in enkele weken geheel groen en zijn de kleine trossen reeds zichtbaar. Dan komt voor den druivenkweeker de drukke tijd: aanbinden en leiden der jonge scheuten, de overtollige scheuten moeten worden uitgebroken, het „krenten" der trossen (een groot aantal korrels worden weggenomen) en daarna is het wachten en. . . uitkijken. Uitkijken of geen ziekten optreden! Dat is de grootste zorg der kweekers: het ziekte-vrij houden van het product. Goed werk in dit opzicht verricht de Proeftuin Zuid-Holland's Glasdistrict te Naaldwijk, waar op wetenschappelijke wijze in laboratorium en op den tuin naar geschikte bestrijdingsmiddelen wordt gezocht.

Door verwarming ter vervroeging eenerzij ds en door koeling ter verlating anderzijds, is men thans zoo ver, dat gedurende 10 maanden van het jaar Westlandsche druiven geleverd kunnen worden, nl. van Mei (de eerste stookdruiven) tot Maart (de laatste koeldruiven). Het ideaal is natuurlijk om het geheele jaar door met druiven aan de markt te komen. Mogelijk zal dit ook nog wel bereikt worden. Dit kan echter niet door verdere vervroeging geschieden. Dus zal men verlating moeten probeeren. Hier bedoelen we nu met verlating niet het opslaan der druiven in koelhuizen, doch het vertragen