is toegevoegd aan uw favorieten.

Coördinatie van het verkeerswezen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelf ter hand had te nemen. In de structuur beide van staat en maatschappij werd het nieuwe verkeer spoedig een zoo essentieel bestanddeel, dat men de overheid geroepen oordeelde een voldoende vervoergelegenheid en een ongestoorde bedrijfsuitoefening zooveel mogelijk te waarborgen. Ook achtte men de macht der spoorwegen en hun invloed op de belangen van verzenders en reizigers te groot, om deze ongeregeld en ongecontroleerd in handen van particuliere lichamen te mogen laten.

Uit dergelijke overwegingen vloeide langzamerhand het eerste element eener verkeerspolitiek voort. De spoorwegen werden maar niet met andere takken van bedrijf op een lijn gesteld, maar zij werden in bijzonderen zin aan de bevordering van het algemeen belang dienstbaar gemaakt, waarin tot den huidigen dag geen wijziging is gekomen. Eischen worden hun gesteld en lasten hun opgelegd, die niet uit het karakter van een vervoermaatschappij beschouwd als een gewone naar winst strevende onderneming zouden kunnen worden afgeleid. Om een voldoende vervoergelegenheid te scheppen en aan een ieder steeds en onder gelijke voorwaarden de uitvoering van een gewenscht transport te waarborgen zijn aan de spoorwegen de exploitatieplicht en de verplichting tot vervoer opgelegd. De exploitatie van om welke redenen dan ook aangelegde lijnen kan door hen niet worden geweigerd, hoe gering de kans op een rendeerende exploitatie ook moge zijn. Om de nakoming van deze verplichtingen te verzekeren dienen voorschriften als die omtrent het minimum aantal treinen, de vaststelling van den tijd voor aflevering van vervoerde goederen, de controle op de dienstregelingen, enz. Evenals met de vervulling van de exploitatieplicht kunnen ook met die van de verplichting tot vervoer groote kosten gemoeid zijn; bij de zeer sterke wisseling, die zich uiteraard steeds in de intensiteit van het vervoer voordoet, moet men de installaties en het materieel wel zooveel mogelijk bij de maximale vervoerbehoefte aanpassen.

Van niet minder beteekenis is het, dat het beginsel van vrije prijsvorming voor het spoorwegvervoer nooit is aanvaard. In het algemeen belang en om een gelijke behandeling van verzenders en reizigers te waarborgen zijn er overal omtrent de bepaling der vrachttarieven tal van voorschriften gegeven en zijn de tarieven steeds aan contröle onderworpen geweest.

Hoewel het uit principieel oogpunt niet zoo belangrijk is, ver-