is toegevoegd aan uw favorieten.

Coördinatie van het verkeerswezen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

concurrentie zou neerkomen op een nivellatie van alle vrachten op het peil der laagste vrachten, m.a.w. het geheele stelsel zou vernietigen. \

Zoodra de vracht, die men ten hoogste voor een transport kan bedingen, de speciale kosten van het vervoer eenigszins te boven gaat, is het voocleelig het transport te bewerkstelligen, daar het ten minste iets in de algemeene kosten bijdraagt. Een dergelijke wijze van handelen is echter alleen mogelijk, wanneer men tegelijkertijd voor andere transporten hoogere vrachten kan bedingen, die dus een grooter gedeelte der algemeene kosten voor hun rekening kunnen nemen. Een ongebreidelde concurrentie heeft nu steeds de neiging om ook de vrachten voor goederen, die deze zonder eenig bezwaar zouden kunnen dragen, op zoodanige wijze te drukken, dat de algemeene kosten niet meer zullen worden gedekt. Immers al bleek een goed de tot dusver betaalde vracht gemakkelijk te kunnen dragen, de verzender zal tot betaling hiervan niet meer bereid zijn, zoodra een concurreerend vervoerder aanbiedt het transport goedkooper op zich te nemen.

En juist het verschijnsel der vaste en algemeene kosten zal tot een dergelijke concurrentie prikkelen, ook als de concurrent niet de beschikking heeft over een inderdaad goedkooper werkend vervoermiddel. Door dat verschijnsel zijn immers de kosten van een additioneel vervoer vaak uiterst gering en kan men het dus tegen lage vrachtprijzen op zich nemen. Wanneer bijv. één wagen meer aan een goederentrein, die toch rijden moet, wordt toegevoegd of voor een nog niet ten volle beladen voertuig bijlading kan worden verkregen, nemen de kosten van het vervoer nauwelijks toe en omgekeerd dalen bij verlies van een deel der lading de kosten in even geringe mate. Iedere concurrent is daarom steeds in de verleiding om door het vragen van lagere vrachtprijzen een deel van het vervoer van den ander tot zich te trekken, terwijl het voor dezen eveneens voordeeliger, of liever minder nadeelig, is om te beproeven door nog lagere vrachten het vervoer voor zich te behouden. Ten aanzien van een afzonderlijk vervoer kan ieder der partijen steeds met hetzelfde recht dezelfde redeneering houden: gegeven de capaciteit van mijn transportmiddelen is het voor mij voordeeliger een bestaand vervoer te behouden, of een bijkomend vervoer tot mij te trekken, zoolang het nog maar iets boven zijn speciale kosten opbrengt. Maar zoodra de concurrentie zich op een breed gebied voordoet, en deze gevallen