is toegevoegd aan uw favorieten.

Coördinatie van het verkeerswezen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

autovervoer in verschillende gevallen overwogen zal moeten worden. Ook zullen de spoorwegen niet langer belemmerd mogen worden in de ook door hen zelf gewenschte opheffing van lijnen, waaraan weinig behoefte blijkt te bestaan. De huidige concurrentiestrijd en het ontbreken van een algemeen orgaan, dat onafhankelijk van locale, groeps- en politieke belangen, die thans vaak een oplossing belemmeren, deze dingen objectief kan bezien, staan nu aan een goede regeling in den weg.

Dat overigens de spoorwegen en het waterverkeer voorshands de kern van ons transportstelsel zullen blijven, zal echter moeilijk bestreden kunnen worden. Men denke zich een oogenblik den 1 toestand in, die ontstaan zou, wanneer zoowel 'het personenals het goederenvervoer grootendeels op den weg zouden worden gebracht. Het autovervoer zou dan'ook terstond veel van zijn tegenwoordige voordeelen verliezen. Het zou afgezette banen behoeven, niet meer zoo ver in de bebouwde kommen kunnen doordringen, voor stations en andere installaties moeten zorgen, waardoor het op veel hoogere lasten zou komen en de kosten vermoedelijk hooger dan die van railsvervoer zouden blijken te zijn. Bovendien gaat de nieuwe ontwikkeling der techniek ook aan de spoorwegen niet voorbij. Kleinere, sneller en frequenter rijdende, eenheden, die ook minder bediening eischen, worden door electriciteit en motor, zoowel bij het personen- als goederenvervoer mogelijk gemaakt en stellen de spoorwegen in staat aan de moderne eischen van het verkeer beter te voldoen.

Ook voor het vervoer te water zal het concessiestelsel overweging verdienen. Ik merkte reeds op, dat de moeilijkheden, waarop men bij een regeling zal stuiten, hier veel grooter zullen zijn, daar de toestanden bij de binnenschipperij veel ingewikkelder zijn dan bij het autovervoer. De binnenvaart verkeert thans echter in zoo ongunstige omstandigheden, dat ingrijpen in ieder geval noodig zal zijn. Van de wet betreffende een evenredige vrachtverdeeling kan moeilijk verbetering worden verwacht, daar deze het euvel van een teveel aan vervoercapaciteit niet aantae4»;i terwijl verbetering van prijzen nooit mogelijk zal zijn zonder een beheersching van het aanbod. Een nadere behandeling van de vraagstukken, die zich bij den binnenvaart voordoen, zou echter een zelfstandig opstel eischen.

De vraag naar de toepassing van het eerste der boven behandelde beginselen (de eischen aan de transportmiddelen in het