is toegevoegd aan uw favorieten.

De grondslagen der maatschappijschool

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

11 leerlingen1). In 1821 zijn deze getallen 18, 4, 8, 8. Op het instituut 19 en 12. In 1834 nog slechts 8, 5, 9 en 4, in 1852 totaal nog 18.

Geleidelijk werden de eischen strenger. In 1827 werd een oudleerling der Latijnsche school te Haarlem in Amsterdam niet tot de studie in de Wiskunde toegelaten, alvorens hij voor dit vak een speciaal testimonium kon overleggen. Dit werd hem daarom alsnog verstrekt2). In hetzelfde jaar werd een Koninklijk Besluit afgekondigd, waarbij werd bepaald, dat docenten in het vak Wiskunde, ten minste een candidaatsexamen in de Wiskunde afgelegd moesten hebben3).

Ten slotte deed de regeering den beslissenden stap en ontnam aan de gymnasia4) het recht testimonia voor het hooger onderwijs uit te reiken. Bij Koninklijk Besluit van 23 Mei 1845, Stb. 25, werd n.1. het z.g. staatsexamen ingesteld, dat iedereen uit de gedichten van De Genestet kent. Het gemeentebestuur van Haarlem zond aan Curatoren een exemplaar van dit K. B. toe en drong er tevens op aan zorg te dragen, dat de leerlingen „behoorlijk onderwezen werden in de Grieksche en Latijnsche talen, de Grieksche en Romeinsche fabelleer, oudheid en letterkunde, de Wiskunde, de algemeene, oude en nieuwe Geschiedenis, bezonder die des vaderlands, de oude en nieuwe Aardrijkskunde en de kennis der Nederlandsche taal".

Zooals te begrijpen is, viel het nieuwe examen niet bij iedereen in den smaak. Curatoren schreven het verminderend aantal leerlingen o.a. hieraan toe, daar volgens hen vele ouders huiverig waren „om aan een dergelijk gevaar den naam van hunne kinderen te wagen"5).

De achteruitgang der Haarlemsche school liep parallel met die in andere plaatsen. In Alkmaar en Zwolle b.v. gingen de scholen in de 19de eeuw eveneens snel achteruit en de pogingen om hierin verbetering te brengen faalden. De school te Zwolle daalde zelfs tot 12 leerlingen. Die te Alkmaar werd in 1856 opgeheven, doch in plaats van de opgeheven Latijnsche school werd een gymnasium geopend.

In Haarlem werd in 1863 het Gymnasium opgeheven, een

*) Deze aantallen staan vermeld in het verslag 1815 van Curatoren over den staat van het onderwijs aan den Commissaris-generaal uitgebracht. *) Notulen enz., p. 679. 3) Idem, p. 679. K. B. van 19 Sept 1827.

*) De naam gymnasia begon meer en meer die van Latijnsche school te verdringen, nu de laatste inrichting behalve de klassieke talen ook andere vakken onderwees.

*) Notulen enz. 1840—'51, p. 172.