is toegevoegd aan uw favorieten.

De grondslagen der maatschappijschool

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

scholen en de gymnasia, en de commissie noemde o. a. als doel van dit onderwijs, „mededeeling van nuttige kundigheden aan hen, die zich bestemmen tot handel en nijverheid" i). - .

Het waren vooral de zg. tweede afdeelingen der gymnasia, die f mede in de behoefte aan een opleiding voor den handel voor-' zagen. In het Regeeringsverslag 1857—1858 vindt men een 30-tal van zulke afdeelingen genoemd met 708 leerlingen en 167 leeraren. Behalve de Wiskunde, de Geschiedenis, de Aardrijkskunde, de Nederlandsche taal en twee (bij de meeste afd. drie) r vreemde talen werd bovendien te Nijmegen, Leiden, Delft, Gouda, Brielle, Haarlem, Alkmaar, Enkhuizen en Assen eenig onderwijs in de Natuurkunde gegeven, te Rotterdam in het boekhouden. Dit laatste vak werd ook onderwezen te Deventer en 's-Hertogenbosch; te Maastricht wordt het vak handelswetenschappen vermeld.

Dat een verbinding van het klassiek onderricht met het maatschappelijk onderwijs niet door ieder werd geapprecieerd, blijkt uit de Geschiedenis van het Erasmiaansch Gymnasium, geschreven door J. B. Kan. De schrijver deelt spijtig mede, dat er in de rustige omgeving der klassieke studie in 1842 „een revolutie" uitbrak: „er moest een nieuwe afdeeling bij de oude Erasmiaansche komen, waar allen wier bestemming de studie niet was, onderwijs konden ontvangen". Een aantal leeraren in de moderne talen, de wiskunde en de staathuishoudkunde werden benoemd. Te 1865 hield deze afdeeling zich staande. Toen werd de „ongelijke en ongelukkige echt", zegt schrijver, „ontbonden"2).

Onder de genoemde plaatsen wordt Amsterdam gemist. Daar bestond echter sinds 1846 de „Inrigting voor onderwijs in koophandel en nijverheid". Deze school stond van den beginne af op zich zelf en bevatte drie afdeelingen: de eerste heette school voor den koophandel, de tweede school voor de nijverheid, de derde zou algemeen onderwijs geven in „die wetenschappen, welke op den handel en de overige bedrijven van nuttige toepassing zijn". Er zouden afzonderlijke klassen zijn voor koopheden, voor personen, die zich in de koloniën wilden vestigen, voor handelsagenten, voor scheepsboekhouders en assuradeurs, voor handelaars in drogerijen enz. Tot Directeur werd aangesteld de Heer J. J. Alberda. Hij was belast met onderwijs in de wiskunde en de land- en volkenkunde, terwijl het overige

x) Zie Dr. D. J. Steyn Parvé, Overzigt van het Middelbaar Onderwijs bij het in werking treden der Wet van 2 Mei 1863 in Staatkundig en Staathuishoudkundig Jaarboekje van 1865, p. 169.

*) Zie J. B. Kan, Gesch. van het Erasin. Gymn. Rotterdam, 1884, p. 102-