is toegevoegd aan uw favorieten.

De grondslagen der maatschappijschool

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het nieuwe onderwijsinstituut zal de opleiding moeten geven voor een aantal maatschappelijke beroepen, waarvan de theoretische voorbereiding een zekere eenheid van onderwijsstof en onderwijsmethode vordert; beroepen, die met de goederenbeweging, het moderne verkeer en de problemen, die er uit voortvloeien, in middellijk of onmiddellijk verband staan. De moeilijkheid dezer problemen beperkt veel van het onderwijs tot de hoogere klassen der middelbare scholen en tot het hooger onderwijs. Deze „maatschappijschool" zal eerst dan in voldoende mate aan de eischen van het moderne leven kunnen voldoen; wanneer het onderwij speil ten minste even hoog kan worden opgevoerd als op andere instituten van middelbaar en voorbereidend hooger onderwijs. Dit peil is slechts te bereiken, wanneer aan het eind-diploma der school een voldoend maatschappelijk en onderwijskundig perspectief wordt geopend.

Tot de groep van bovenbedoelde maatschappelijke beroepen behooren in de eerste plaats die in klein- en groothandel, de economisch-administratieve functies in industrieele bedrijven, die bij de registratie en de belastingen, de bestuursfuncties in den staat, de provincie en de gemeente en in andere ambtenaarslichamen bv. in de Kamers van Koophandel, functies bij het binnenlandsch bestuur in de overzeesche gewesten, die bij de Raden van Arbeid, bij de Rijksverzekeringsbank, de Rijkspostspaarbank. Goed ingericht zal de opleiding eveneens tegemoet kunnen komen aan de opleiding voor andere beroepen, als voor ambtenaren bij openbare leeszalen en bibliotheken, terwijl de opleiding breed genoeg moet zijn om leerlingen, die aanleg en liefde vertoonen voor ander werk, gelegenheid te geven om zich in die richting verder te bekwamen, of hun studie te vervolgen.

Meermalen is de meening verkondigd, dat de opleiding voor den handel zoozeer gespecialiseerd moest zijn, dat hiervoor zelfstandige scholen, niet opleidende voor andere beroepen, noodzakelijk waren. Een dergelijke opvatting is bv. te vinden in het wetsontwerp op het vakonderwijs van 1915 en in de memorie van toelichting op het ontwerp der Middelbaar-onderwijswet van 1922x). Men zou dit standpunt kunnen verdedigen met een beroep op het onderwijs aan handelsscholen in het buitenland, waar vooral in de Romaansche landen het onderwijs meer gespecialiseerd is, dan in Nederland. Echter ontwikkelt dit onderwijs zich in het buitenland vooral na den wereldoorlog meer en meer in de richting van algemeene vorming. „Der durchgebildete Kaufmann", schrijft Prof. Kalveram in zijn reeds bovenaan-

*) p. 14.