is toegevoegd aan uw favorieten.

De grondslagen der maatschappijschool

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden naar zelfstandige beoefening en uitbouw der economische vakken en bij de vijfjarige instituten voor economisch middelbaar onderwijs het geven van inzicht primair, de technischadministratieve toepassing secondair zal moeten zijn, zal dit b.v. bij het handelsavondonderwijs, waar over slechts weinig tijd beschikt kan worden, wel omgekeerd moeten zijn. Het onderwijs aan dagscholen met een 3- of 4-jarigen cursus zal het midden moeten houden tusschen de beide laatste vormen.

Doch hoe ook verder uitgewerkt, het aangegeven maatschappijonderwijs zal voor den koopman en voor hen, die in den handel hun levenstaak zoeken, het meest geschikte onderwijs vormen. Terecht heeft men de laatste decennia in Nederlandsche handelskringen ingezien, dat een theoretische vooropleiding bij den gecompliceerden modernen goederenruil niet kan worden gemist. Trouwens in de geschiedenis is steeds weer gebleken, dat de economische activiteit in een bepaalde tijdsperiode hand aan hand ging met den bloei van handelsonderwijs in hetzelfde tijdperk1).

De gemeenschapsgedachte is van groote beteekenis geworden voor het moderne bedrijfsleven. In deze werkgemeenschappen n.1. zijn alle leden functionneel verbonden. Het besef hiervan bij leiders en ondergeschikten kan aan het arbeidsresultaat in hooge mate ten goede komen. De wetenschappelijk bedrijfsleiding heeft reeds lang het groote belang hiervan ingezien en tracht

!) Vgl.: „On peut affirmer que I'instruction des marchands a une époque donnée est déterminée par 1'activité économique de cette époque". H. Pirenne. L'instruction des marchands au moyen-age, (Annales d'histoire économique et

sociale).

De kooplieden van Egypte en Babylonië waren ontwikkelde lieden, aan de handeldrijvende Phoeniciërs danken wij ons schrift In de vroege middeleeuwen is van het doen van groote zaken geen sprake meer, op de kleine markten in de 9de en 10de eeuw verkoopt de handelaar schreeuwende zijn waren a contant. Kleine zaken, geen crediet, maar ook geen onderwijs voor de kooplieden.

Men stelt geen contracten op en correspondeert zeer weinig, men houdt zelfs- geen boek. Voor de kleine bedragen heeft de herinnering geen schrift noodig. Men noteert met krijt op een plank, met een stylet in was of met kerven in een stok. _

De „mercatores" uit de teksten van dien tijd zijn boeren, die op de naburige wekelijksche markt, eieren, wat groente en eenige vogels verkoopen of rondreizende marskramers, die vooral aan de deuren der kerken op de dagen, dat de pelgrims komen, hun waren venten. Slechts een klein getal Joden, meestal uit Spanje, voejren af en toe specerijen en kostbare Oostersche stoffen in en drijven op deze wijze den handel op grooten afstand. Ook uit de historie blijkt inderdaad, dat voor een economischen bloei goed economisch onderwijs noodig is en dat beter economisch onderwijs een middel vormt om betere sociale toestanden te scheppen.