is toegevoegd aan uw favorieten.

De grondslagen der maatschappijschool

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

econoom Schaffle aan dit probleem zijn volle aandacht. Zedelijke motieven, zoo schrijft hij, openden nieuwe perspectieven in de staathmshoudkunde. Niet de geproduceerde en te produceeren goederen, doch de mensch, die deze goederen produceert en verbruikt, moet in het middelpunt der economische studiën staan. Het riroductieproces is niet een natuurgebeuren, doch een gebied „ethischer Betatigung", waarin de mensch een wezen is met een bewusten wil; de voortbrenging is dus een cultuurproces 1).

Bij deze uitingen sloten die der rechtsphilosophen zich aan. Onze gansche kuituur, onze geheele geschiedenis, zoo schrijft Rudolf von Jhering in zijn bekende werk, Der Zweck im Recht, berust op het dienstbaarmaken van den individueelen mensch aan de doeleinden der <x)llectiviteit.

Geen menschenleven bestaat louter voor zichzelf, ieder bestaat voor de wereld, ieder mensch arbeidt op eigen terrein, hoe beperkt dit moge zijn, mee aan de beschavingsdoelehaden der menschheid. Intusschen erkent von Jhering, dat het resultaat bij de verschillende individuen zeer uiteenloopend is. Bij den een eindigt de wereld met zijn huis, zijn kinderen, vrienden, klanten, bij den ander breidt ze zich uit over een volk, over de menschheid8). Alle zedelijke normen hebben het bestaan en het welzijn der gemeenschap ten doel 8).

Zoo stelde reeds in 1883 von Jhering tegenover de individueelteleologische ethiek eener vorige generatie zijn sociaal-teleologische en ging in dit opzicht zóó ver, dat niet iedereen hem zal volgen Hij schrijft b.v.: „Was ist die Quelle der sittlichen Normen? Die Gesellschaft. Was der Zweck derselben? Die Gesellschaft. Was die Erzeugerin des sittlichen Willens? Die Gesellschaft"*).

En aan het einde der 19de eeuw belijdt Quack: „Ik geloof vast aan die mystieke drijvende kracht der gemeenschap, die in de twintigste eeuw tot nieuwe broederschap de menschen zal oproepen" 5).

) Zie: E. von Philippovich, Das Eindringen der sozialpolitischen Ideen in die Literalur, p. 30 en 31. (In: Die Entwicklung der deutschen Volkswirtschaftslehre im nennzehnten Jahrhundert, Leipzig, 1908). Soortgelijke denkbeelden als die van Schaffle werden verkondigd door: Schüz, Hildebrand, Roscher Knies en Kautz.

*) Rudolf von Jhering, Der Zweck im Recht, Leipzig, 1916, I, p. 59 vlg (le druk verscheen in 1883).

2 Idem' m P- 122- V8L 00k: Paul Haberlin, Das Ziel der Erziehung Basel 1917, p. 86. '

') R. von Jhering, II, p. 94.

*) Mr. H. P. G. Quack, Uit den kring der gemeenschap, Amsterdam, 1899, p. 26. ELZINGA, De Grondslagen der Maatschappijschool. 9