is toegevoegd aan uw favorieten.

De grondslagen der maatschappijschool

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volgens hem slechts in de maatschappij ontstaan. Duidelijker dan iemand voor hem toonde hij den suggestieven invloed der sociale opvattingen op het individu aan. De moreele waarden ontstonden volgens Smith nimmer in het bewustzijn van het individu, doch kwamen van buitenaf. Het geheele werk van Smith is een duidelijk voorbeeld, hoe een psychologische studie van de verschijnselen der ethiek leiden kan tot het vinden der sociale gebondenheid1).

Bij de verdere wetenschappelijke beoefening der ethiek werd echter de sociale beteekenis steeds meer uit het oog verloren. Kant's bekende „kategorische Imperativ" — men moet steeds zóó handelen, dat men het beginsel, waarnaar men handelt, als algemeen geldend zou wenschen — was individualistisch gedacht, ofschoon ook hij de sociale beteekenis der zedeleer niet voorbij zag»). Na hem wérd het subjectief karakter der ethiek door Engelsche denkers steeds sterker geaccentueerd, tot niet slechts op economisch, doch ook op ethisch terrein het individualisme hoogtij vierde.

Tegenover dit individuahstisch-teleologische standpunt der Engelsche denkers brak in de 2de helft der 19de eeuw de sociaalteleologische ethiek zich baan. In de beschouwingen weerspiegelt zich aanvankelijk op merkwaardige wijze de invloed der nieuwe ontdekkingen op biologisch gebied. Niet slechts op biologisch terrein bleek n.1. de evolutieleer van Darwin haar invloed uit te oefenen, doch ook daarbuiten en o. a. op de beschouwing der zedelijke waarden. Zoo gebruikte de Franschman Izoulet deze denkbeelden bij zijn theorie over de zedeleer *).

Volgens hem was de associatie, waarop de geheele natuur zich richtte, ook de zedelijke levenswet voor den mensch, het was de veer, die alles deed ontspringen. Zoo werd de associatiegedachte de grondslag van Izoulet's bio-sociale moraal, die de algemeene strekking had de tegensteUingen tusschen de menschen weg te nemen en tot samenwerking op te wekken.

Het persoonlijk egoïsme ontkende Izoulet allerminst, doch hij wees er op, dat het individueel belang de handhaving van het belang van anderen medebracht. Wie gelukkig wilde zijn, moest in de maatschappij leven en wie in de maatschappij wilde leven, moest de plichten der samenleving op zich nemen.

») Georg Cohn, p. 27 vlg.

») R. Von Jhering, II, p. 128 vlg.

') Zie over Izoulet uitvoerig Mr. H. P. G. Quack, in: Uit den krine der gemeenschap, Amsterdam 1899.