is toegevoegd aan uw favorieten.

De grondslagen der maatschappijschool

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vanwaar komt echter de tegenstrijdigheid van meening en uiting over de karaktereigenschappen van den koopman? Een hunner vertelde mij eens: „Een koopman heeft een dubbelnatuur. in zijn zaak let hij op een halven cent, en daarbuiten schenkt hij zonder bezwaar een groot bedrag aan een liefdadige instelling." Deze schijnbare tegenstrijdigheid is intusschen niet moeilijk te verklaren, al heeft het eerste streven veel bijgedragen tot het veroordeelend vonnis, dat vooral door ambtenaren vaak over den handel wordt geveld.

Het streven n.1. van den handel naar het hoogste bedrijfsoptimum is op zich zelf zeker niet immoreel, integendeel. Het is een streven naar den besten arbeidsvorm en kan de menschelijke vitaliteit op haar best zijn, n.1. het streven naar vervolmaking van het toegewezen arbeidsveld. 0 Bij den koophandel en in het algemeen bij het bedrijf staat dit streven naar volmaking in veel nauwer verband met het begeleidend verschijnsel van arbeidswinst, in het ruihnidel uitgedrukt, dan dit het geval is in vrije beroepen en bij het werk van ambtenaren. Bij oppervlakkige beschouwing kan bierdoor de meening ontstaan, dat de koopman slechts werkt uit winstbejag en men ziet dan licht over het hoofd, dat hij niet zelden een even groote belangstelling bezit voor wetenschap en kunst, politiek en moraal dan welke maatschappelijke groep ook ).

Het spreekt intusschen wel van zelf, dat in den handel het streven naar winst ook immoreele vormen kan aannemen en dit stellig ook wel doet Doch immoraliteit is zeker niet speciaal in den handel te vinden.

De beheerschende vraag is. of de handelsfunctie op zich zelf beschouwd aanleiding geeft of gemakkeüjk kan geven tot een mindere zedelijke nauwgezetheid in handel en wandel. Met den reéelen handel is dit stellig niet het geval. Zelfs bij de eenvoudigste ruiltransactie toch komt een koopovereenkomst tot stand waardoor de partijen gebonden worden. De handel zou onmogelijk zijn, indien de partijen zich niet, of dikwijls niet aan de gesloten overeenkomst hielden. Goede trouw bij gesloten overeenkomsten is dan ook grondslag van den koophandel en basis van de koopmansmoraal. Wemer Sombart, die in Der Bourgeois van deze moraal een duidelijk beeld geeft, onderscheidt een moraal bij en voor den handel. De eerste eischt betrouwbaarheid, het stipt nakomen van verlichtingen en het tegemoetkomen aan redelijke wenschen. Eerst als een koopman deze deugden

») Vlg. L J. Brugmans, Mensch en Maatschappij. Jrg. 1928, p. 511 vlg.