is toegevoegd aan uw favorieten.

De grondslagen der maatschappijschool

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze opleiding maakte de geestelijken geschikt op te treden als leeraar en opvoeder van het volk tot een christelijk leven1).

De ridderstand onderging in dezen tijd den invloed der meer ontwikkelde geestelijkheid, de stand der vrijen en hoorigen, voorzoover dit mogelijk was, eveneens. De geestelijken, zelf door de antieke onderwijsstof gevormd, bleven nog langen tijd de dragers en overdragers der cultuur.

De latere stads- en statenvorming maakte de opleiding van vele juristen noodig. Aanvankelijk had men ook voor bestuurswerkzaamheden de hulp van geestelijken ingeroepen, langzamerhand echter scheidde het beroep van den juridisch geschoolden ambtenaar zich van den geestelijken stand af. De scholing voor jurist kon in de latere middeleeuwen verkregen worden aan de inmiddels in Italië, Frankrijk en Duitschland opgerichte universiteiten, waarvan de onderwijsstof aanvankelijk sterk onder den invloed stond der kerkelijke scholastiek, doch zich later ten gevolge van de Renaissance zoowel in de richting van de humanistische opvatting der klassieken als in die der natuurphilosophische studiën bewoog.

Wel had reeds vroeg in Italië, later ook in West-Europa zich door de gewijzigde maatschappelijke behoeften een meer practische of burgerlijke studiestof gevormd, toen men de moedertaal in oorkonden en brieven ging gebruiken, de invoering der arabische getallen in de mathematica een belangrijke vereenvoudiging bracht en de boekhoudleer werd onderwezen, doch deze studiestof bleef geheel ondergeschikt aan de eerstgenoemde.

De onderwijsstof der vroegere stands- en beroepsopleiding is in den loop der tijden sterk vervormd en uitgebreid, ze wordt echter, door de traditie gewijd, nog steeds als het voorname middel tot de z.g. algemeene vorming beschouwd. In werkelijkheid kan ze in den beknoplen vorm, waarin ze tot den ongeveer 15-jarigen leeftijd aan de leerlingen wordt aangeboden, slechts dienen om den grondslag te leggen, waarop de geestelijke vorming, zooals Kerschensteiner en Spranger die verstaan, kan aanvangen.

Het zal wellicht nog lang duren, voor de inzichten der bekende Duitsche paedagogen algemeen instemming vinden. Het is ons n.1. zoo vast ingeprent, dat het onmogelijk is de als echte cultuurwaarden bestempelde onderwijsstof te vervangen,

x) Dr. Alfred Kunne, Entwieklungsstufen der Berufaerziehung (In: Handbuch für das Berufs- und Fachschulwesen, p. 4).

Vgl. ook: Kerschensteiner, Grundaxiom etc. p. 9. Padagogisches Lexikon, Bielefeld und Leipzig 1928, I, p. 611 vlg en Lexikon der Padagogik der Gegenwart, 1930, p. 349.