is toegevoegd aan uw favorieten.

De grondslagen der maatschappijschool

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat we zelfs het feit over het hoofd zien, hoe vele hoogstaande en zeer ontwikkelde mannen en vrouwen — kunstenaars, industrieelen, kooplieden, veldheeren, godsdienststichters — geheel andere wegen voor hun ontwikkeling hebben gevolgd dan de officieele1). Dat deze andere wegen tot geestelijke ontwikkeling konden leiden, behoeft intusschen niet te verwonderen. De cultuurvormen zijn met vele draden samengevlochten en grijpen voortdurend ineen. Langs den weg der practijk kan men even goed tot wetenschap en kunst komen als omgekeerd. Een typisch voorbeeld hiervoor zijn de economen Adam Smith en David Ricardo. De eerste kwam door de moraalphilosophie tot zijn staathuishoudkundige studiën, waarin hij steeds de practijk op den voorgrond stelde, de laatste kwam door de practijk tot de staathuishoudkunde, waarvan hij langs theoretischen weg enkele problemen zocht te verklaren.

De geestelijke vorming naar de opvattingen van Kerschensteiner en Spranger hangt ten nauwste samen met hun algemeene denkbeelden over de structuur van den menschelijken geest en het karakter van onderwijsstof als middel tot geestelijke ontwikkeling.

De psychische vitaliteit van den mensch, waaruit zijn wetensdrang wordt geboren, is een niet minder groot mysterie als zijn physische levenskracht. Deze psychische vitaliteit wordt ontwikkeld en gevoed door de sociale kuituur met haar wetenschap, kunst, godsdienst, techniek, moraal, recht, welke zich in den loop van de ontwikkeling der menschheid van generatie op generatie door het proces der geestesvorming steeds weer vernieuwt en uitbreidt2).

Alle cultuurelementen vonden eens haar oorsprong in den geest van een individu of van een collectiviteit. De natuur bv. bood den mensch gedurende duizenden jaren dezelfde ervaringsstof. Doch ze bleef een chaos, tot een Archimedes en een Galileï, een Newton en een Mayer hun problemen stelden en oplosten en hierdoor het gebied der natuur als door tooverformules ontsloten ■).

Het blijft echter een mysterie, waarom ook deze denkende en zoekende voorouders zich individueel bijna steeds gericht hebben tot één bepaalde groep van dingen en verschijnselen, waardoor hun belangstelling werd gewekt, d. w. z. waarvoor hun psychische

!) Kerschensteiner, Grundaxiom etc, p. 49.

'^Kerschensteiner, Grundaxiom etc, p. 11; Spranger, Begabung und Studium, ELZINGA, De Grondslagen der Maatschappijschool. 12