is toegevoegd aan uw favorieten.

De grondslagen der maatschappijschool

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voeding en culmineerde in de disputen op de universiteiten, het ideale voorbeeld der algemeene redeneerkracht*).

Duidelijk geformuleerd werd de leerstelling het eerst door Locke. Hiertoe was een bepaalde aanleiding. Door het toenemend gebruik der landstalen in de Uteratuur, in de regeering en in de opvoeding nam n.1. het gebruik van het Latijn af. In de hoogere kringen werd het zelfs vrijwel geheel door het Fransch verdrongen. Tegenover de verdediging der moderne talen op grond van haar practische beteekenis werd nu de verdediging der klassieke talen ondernomen op grond van haar vormende waarde. En naast de klassieke talen in overeenstemming met de twee richtingen in het humanisme die der mathematica. De menschelijke geest was naar men meende een verzameling van vermogens, die elk als een onafhankelijke eenheid konden worden beschouwd en geoefend. Het hoogst stond de logische redeneerkracht, die door beoefening der mathematica, de klassieke talen en vooral ook door de disputen kon worden ontwikkeld. Al de vermogens hingen in hun ontwikkeling weer af van het geheugen. Van het resultaat der ontwikkeling van het geheugen was dan ook de geheele opvoeding afhankelijk. De beste wijze nu om het geheugen te oefenen was die met materiaal, waarvoor de leerling geen belangstelling koesterde.

Ofschoon de nieuwere paedagogiek het standpunt van Locke en de zijnen reeds lang heeft verlaten, zooals ze zijn voorstelUng van den menschelijken geest bij de geboorte als een onbeschreven blad veroordeelde, leven de denkbeelden der formeele vorming taai voort, ook in de kringen van het middelbaar onderwijs. Trouwens de omstandigheden, die aanleiding gaven tot haar ontstaan, zijn nauwelijks gewijzigd en de geringe waardeering, die de theoretische beoefening van onderwijsvraagstukken in de kringen van het middelbaar onderwijs in het algemeen vindt, bevordert het voortleven der vroegere denkbeelden. Maar al te vaak hoort men nog, dat van een vak, dat vele jaren werd onderwezen, weer alles werd vergeten, doch dat de hieraan bestede tijd voor de formeele vorming veel nut afwierp- Het gebruik van het woord hersengymnastiek, reminiscentie aan paedagogische denkbeelden van lang vervlogen tijden, is in de kringen van het middelbaar onderwijs al even weinig ketterij als pogingen om door een dergelijke gymnastische oefening den

*) Zie A. M. Heek, Mental discipline and educational values, London—New York, 1912, p. 12 vlg. Vlg. ook Dr. A. Kühne, Entwicklungsstufen der Berufserziehung in Deutschland. (In: Handbuch für das Berufs- und Fachschulwesen). Verder Paul Barth, Erziehungs- und Unterrichtslehre, p. 189 en Kerschensteiner, Theorie der Bildung, p. 28 vlg.