is toegevoegd aan uw favorieten.

De grondslagen der maatschappijschool

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het is waarschijnlijk niet toevallig, dat sedert de 20ste eeuw de studie van bet karakter en der karakterontwikkeling zoo ijverig beoefend is. Het moderne leven heeft voor zijn sociale, politieke en religieuse ontwikkeling bezonken en sterke karakters noodig. Het is dan ook begrijpelijk, dat in de kringen van het onderwijs steeds luider de roepstem klinkt: niet op de hoeveelheid parate kennis komt het aan, doch op ontwikkeling der persoonlijkheid.

In het volgende zal worden nagegaan, wat men onder karakter kan verstaan, welke grenzen aan de karakterontwikkeling gesteld zijn en welken invloed het onderwijs, in het bijzonder het middelbaar onderwijs, hierop kan uitoefenen, om daarna de beteekenis der maatschappijschool voor deze karakterontwikkeling aan te geven.*)

Wie over karakter en karakterontwikkeling wil schrijven, moet zorgen door zijn lezers begrepen te kunnen worden. Dit is te meer noodig, daar in de wetenschappelijke werken over karakterologie allerminst een gelijke begripsbepaling te vinden is. Sommige schrijvers leggen het accent op de animale en vegetatieve zijde der menschelijke natuur, andere accentueeren sterk den ethischen en religieusen kant.1)

Ook het spraakgebruik geeft geen zuivere aanwijzingen. Men spreekt nJ. zoowel van een goed als van een slecht karakter, doch zal een in de wol geverfd misdadiger niet licht een man van karakter noemen. Daaruit blijkt, dat zonder een zekeren ethischen inslag in het algemeen niet van karakter wordt gesproken, terwijl deze ethische inslag bij de begripsbepaling in wetenschappelijke studiën vaak geëlimineerd wordt In verband met de groote onzekerheid der begripsbepaling in de karakterologie wordt hier aangegeven, wat in het volgende onder karakter

*) De literatuur over karakterologie is zoo uitgebreid, dat slechts enkele werken, die verder in dit hoofdstuk in verkorten vorm worden aangehaald, genoemd kunnen worden.

G. Stanley Hall, Ph. D. L. L. D. Adolescence ito psychology, I, U. New York and London 1920.

Georg Kerschensteiner, Charakterbegriff und Charaktererziehung. Leipzig 1915. Dr. Adolf Allers, Das Werden der sittlichen Persou, Freiburg i/B 1929. Dr. Ph. Kohnstamm, Schepper en Schepping, deel H: Persoonlijkheid in wording, Haarlem 1929.

E. Spranger, Lebensformen, Halle 1924.

F. Künkel, Einführung in die Charakterkunde.

Dr. H. C. Rumke, Inleiding in de karakterkunde, Haarlem 1929. J. Lindworsky S.J., Wfllensschule, Paderborn 1923.

Dr. P. P. Mees R.Azn., Wetenschappelijke karakterkennis, Den Haag 1907. *) Vlg. Kohnstamm, n, p. 75 vlg.