is toegevoegd aan uw favorieten.

De grondslagen der maatschappijschool

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vaak zei: „Je weet, hoe wij daarover denken, maar als je meent, dat je het tegenover jezelf en ons verantwoorden kunt, mag je het gerust doen." Deze opmerking had altijd het gewenschte gevolg. Typeerend voor de mentaliteit in de puberteitsjaren was soms het antwoord van het meisje: „Verbiedt U het mij liever."

Nooit meer dan in de puberteitsperiode heeft de jeugd behoefte aan steun; nooit kan de sfeer meer opvoedend werken. Is deze goed en waakt men over den omgang, dan is er reeds veel gewonnen. Er is dan ook geen reden zich spoedig bezorgd te maken, vooral niet over onbeheerschte uitbarstingen.

Hebben jongens of meisjes een sterke belangstelling in een goede richting, dan gaat hiervan een buitengewone kracht voor de karakterontwikkeling uit. Deze belangstelling voert hen over allerlei moeilijkheden heen en komt hun steeds weer te hulp, als zij innerlijke conflicten hebben.

Het middelbaar onderwijs kan in verschillend opzicht aan de karakterontwikkeling meewerken. Een goede schoolorganisatie, die een werkgemeenschap vormt, is wellicht het voornaamste. Daardoor zal de verdeeling der onderwijsstof zoo zijn, dat de moeilijkheden geleidelijk toenemen; in de lagere klassen zal bovendien meer geheugenwerk, in de hoogere meer zelfstandige arbeid, waarvoor eigen initiatief en inzicht wordt vereischt, gevraagd moeten worden. Het opgegeven werk zal niet te gemakkelijk en niet te moeilijk moeten zijn en steeds eenige gelegenheid tot initiatief moeten laten. Wiskundige vraagstukken, die de leeraar met zijn leerlingen in de les maakt en voor de repetities van buiten laat leeren, hebben voor de karakterontwikkeling al even weinig waarde, als voor de intellectueele vorming. Laat de leeraar daarentegen de leerlingen hun krachten geregeld beproeven op vraagstukken, die zij met de noodige inspanning kunnen maken, dan is zulk een arbeid wel degelijk karakterontwikkelend. In de hoogere klassen zijn zelfstandige opdrachten van grooter omvang van beteekenis. Een leeraar in het Nederlandsch, de aardrijkskunde of de geschiedenis, die in de hoogste klasse eens een compositie laat maken, waarvoor de leerlingen zelf het materiaal met bepaalde aanwijzingen moeten zoeken, vermeerdert met slechts de kennis der leerlingen, doch scherpt ook hun inzicht, ontwikkelt hun initiatief en werkt daardoor de karakterontwikkeling in de hand.

Dit kan ook op andere wijze geschieden. Bij het organiseeren van feestjes, openluchtdagen en fietstochten kan een beroep gedaan worden op de medewerlring der leerlingen, die het